
Tessa (12) en Laura (10) hebben een Nederlandse moeder en een Australische vader. Ze hebben 7 jaar in Narellan, 60 kilometer ten zuiden van Sydney, gewoond. Toen hun ouders scheidden, verhuisden ze met hun moeder naar Nederland. Sinds oktober 2002 wonen ze in het stadje Zevenaar in Gelderland.
Je fiets moet altijd op slot. Een pak halfvolle melk is toch helemaal gevuld. En op zondag zijn de winkels gesloten. De zussen Tessa en Laura moesten best wennen aan het ‘rare’ Nederland, toen ze na 7 jaar terugverhuisden uit Australië.

Al bij aankomst op vliegveld Schiphol was Tessa verbaasd over Nederland. “Op Schiphol hoorde ik ineens dat sommige mensen heel anders Nederlands spreken dan wij. Met een ander accent. Wij zijn natuurlijk gewend aan mijn moeders Nederlands.” En Laura verbaasde zich over de files. “Zo raar dat er bordjes hangen boven de snelweg, die aangeven dat er bij knooppunt ‘huppeldepup’ 6 kilometer file staat. In Australië waren ook wel files, maar niet zoveel als hier.”

Sommige gebruiken zijn zo anders dan in Australië, dat Tessa en Laura al een aantal vreemde voorvallen hebben meegemaakt in de anderhalve maand dat ze in Nederland zijn. Tessa en Laura beginnen te giechelen. “In Australië wordt je groente en fruit in de supermarkt afgewogen en geprijsd aan de kassa”, geeft Tessa als voorbeeld. “Hier moet je dat zelf doen en er een sticker op plakken. Mijn moeder vergeet dat altijd. Dus bij de kassa moet ze dan terug naar de groente-afdeling, terwijl een hele lange rij achter ons staat te wachten.”
Laura: “Ik dacht eerst dat een pak halfvolle melk maar half vol was. En dat het licht op je fiets automatisch aangaat als het donker is, zoals bij de auto van mijn opa. Maar op de fiets zit een dynamo, weet ik nu. In Australië hadden we helemaal geen licht op de fiets, maar we moesten wel een helm op. Dat hoeft hier dan weer niet.” “Ik moet wennen aan het verkeer”, zegt Tessa. “Ik fiets automatisch aan de linkerkant van de straat, zoals in Australië. Als er dan een auto aankomt moet ik snel oversteken. En ik weet nu dat je fiets ALTIJD op slot moet. Zelfs in je eigen schuur. Dat had ik niet gedaan en toen er werd ingebroken in het schuurtje is mijn fiets gejat. Helaas zat aan het fietsslot ook onze voordeursleutel dus dat was heel vervelend. Ik heb meteen mijn lesje geleerd.”

Ook al sprak hun moeder altijd Nederlands met Tessa en Laura, de taal is toch wennen. Tessa: “Bij wiskunde had ik laatst een vraag waarin stond: ‘Reken dit af in stuivers’. Ik wist alleen niet wat stuivers waren. Later leerde ik dat het 5 cent is. Maandag was de gymleraar te laat. Ik zei in de klas dat hij zichzelf ingeslapen had, want ik vertaalde het vanuit het Engels. Iedereen verbeterde mij en zei ‘nee, het is uitslapen’. Maar ik geloofde hen niet en dacht dat ze een grapje maakten. Pas na een tijdje had ik door dat het echt zo was.”

Laura: “Ik vind het leuk om Nederlands te praten. Soms praten we stiekem nog wel Engels. Vooral als ik moe word, vind ik Engels makkelijker.” Allebei krijgen ze op school extra les in Nederlands (en mogen ze Engels overslaan!), maar ook thuis oefenen ze. “We hebben een speciale cd-rom: een computerspel met grammatica. Zo lijkt het niet alsof je bezig bent met leren, je bent gewoon aan het spelen. Dat is leuker”, legt Laura uit.
Ondanks het wennen aan een nieuw land willen de zussen voor geen goud terug. “Al mijn familie is hier. Dat vind ik leuker”, zegt Laura. “Het is leuk dat als je zegt ‘Ik ga dit weekend naar oma’, je ook echt kan gaan”, voegt Tessa toe. “Het is wel moeilijk om vrienden en familie in Australië achter te laten, maar het is niet dat we geen contact meer hebben. Iedereen heeft internet, dus we chatten en e-mailen veel om op de hoogte te blijven. En ik houd mijn herinneringen in mijn hoofd, dus ik denk vaak terug.”

Maar er is toch wel iets wat Tessa en Laura vreselijk missen aan Australië? Laura hoeft niet lang na te denken: “Het warme weer. Aan de andere kant was het daar zo warm, dat je tegen alles aanplakte. Hier is het lekker koud.” Tessa mist de schooluniformen. “Hier draagt iedereen wat hij wil. Dan zie je meteen of iemand weinig geld heeft of rijk is. In Australië zag iedereen er tenminste hetzelfde uit. Maar in Nederland heb je weer andere goede dingen, zoals het koude weer en familie.”
Geposrt door Lies Rubingh (redactie)


