Snorkelen op Curaçao

Tijdens het snorkelen op Curaçao gaat er een wereld voor je open. In het heldere, blauwe water zwemmen honderden gekleurde vissen. Het lijkt wel ‘Finding Nemo’. WereldKIDS vond het dus helemaal niet erg om mee te gaan met Stéphanie naar haar favoriete plekje op het eiland: het strand van Cas Abao.

“Curaçao is een eiland dus er zijn veel stranden”, vertelt Stéphanie. “Vergeleken met andere stranden op de wereld, vind ik die van Curaçao het mooist. Vaak is de zee wat grijzig, maar hier is het water mooi blauw en helder. Je kan er gewoon doorheen kijken. De vissen komen dicht bij de kust, dus zelfs als je bang bent om te zwemmen kun je pootjebadend al heel veel zien. Cas Abao vind ik het mooist. Het zand is wit, het water heel blauw en er zijn veel tropische vissen.”

Als we aankomen, blijkt dat Stéphanie gelijk heeft. Cas Abao is een ansichtkaarten-strand met helwit zand en palmbomen. Vreemd is alleen dat overal, bijvoorbeeld op de strandtent, ‘Bon Bini Beach’ staat geschilderd. “Dat komt omdat op deze plaats de Nederlandse televisieserie ‘Bon Bini Beach’ is opgenomen”, weet Stéphanie.

Dan gaan we snorkelen. Stéphanie: “Snorkelen is leuk, want op die manier kun je onder water kijken. Op Curaçao groeit in de zee veel koraal en er zwemmen mooie vissen. Er is dus veel te zien.” Van alles zwemt ons voorbij: felgekleurde vissen, vissen met een grijze schutkleur, platvissen met ogen op steeltjes, geel/zwart gestreepte vissen en koffervisjes. “Je moet oppassen voor de zee-egels”, waarschuwt Stéphanie. “Als je daarin stapt, krijg je veel jeuk.” Dan duikt ze naar beneden om een speciaal koraal te laten zien. Het is een bol met uitstulpingen. Wanneer Stéphanie er met haar hand langswappert, schieten de bobbeltjes naar binnen. “Papegaaivissen vind ik heel mooi. Er bestaan een stuk of 60 varianten van. Ze hebben allemaal heel mooie, felle kleuren. Net als een papegaai. Als je onder water gaat, hoor je ze knagen aan het koraal.”

Op het strand ligt veel dood koraal. “Het koraal lijkt een plant, maar het is eigenlijk een dier”, legt Stéphanie uit. “Je moet er heel voorzichtig mee zijn, want zodra je het aanraakt, gaat het dood. En het groeit heel langzaam, dus het duurt erg lang voordat er weer een stukje is aangegroeid. Dood koraal lijkt op steen. In 1999 kwam de orkaan Lenny over Curaçao en toen is veel koraal kapot gegaan. Dat spoelt aan op het strand. Ook al is het koraal dood, je mag het nooit meenemen. Koraal is namelijk beschermd. Als ze het ontdekken krijg je een zware boete.”

Stéphanie woont alweer vier jaar op Curaçao.
“Mijn vader kon in Willemstad een baan krijgen als rechter. In het begin was het wel een beetje wennen en ik had heimwee. Maar als je heimwee hebt, moet je gewoon iets leuks doen wat niet in Nederland kan. Een middagje strand bijvoorbeeld. Dan zie je wat de voordelen zijn van het nieuwe land.

Nu vind ik het hier hartstikke leuk. Aan het eind van dit jaar ga ik terug naar Nederland. Ik heb helemaal geen zin. In Nederland is het zo koud. De school zal ook heel anders zijn. Hier zit ik op een school met 150 leerlingen, straks wordt dat misschien wel 10 keer zoveel.

Ik moet opnieuw leren fietsen, denk ik. En de verkeersregels heb ik ook allemaal vergeten. Nederlanders zijn vaak druk en gehaast. Hier doet men juist lekker rustig aan. En de Antillianen zijn heel vriendelijk. Dus dat wordt straks terug in Nederland ook weer wennen!”

Gepost door Lies Rubingh (redactie)

1 reactie op “Snorkelen op Curaçao”

  1. #1 zoe
    op 29-05-2008 om 2:40 pm

    ik ben in cura geweest!

Geef je reactie