De officiële taal van dit land is Chinees. Chinees is heel anders dan Nederlands. Thuis krijg ik in het Nederlands les, maar twee keer in de week krijg ik Chinese les van een Chinese lerares die bij mij thuis komt. Met mijn moeder spreek ik Nederlands en met mijn vader spreek ik Duits.
In China trekken ze lijntjes om een woord te schrijven. Zo’n letter heet een karakter. In China hebben ze duizenden karakters en om goed Chinees te kunnen spreken, moet je zeker wel 3000 tot 4000 karakters kennen!
Chinees spreken is niet zo heel makkelijk om te leren, omdat er minstens vier verschillende toonhoogtes zijn. Als je dan de verkeerde toonhoogte hebt, zeg je een heel ander woord. Dat kan soms een ‘goed’ maar soms ook een ’slecht’ woord zijn. Maar dat weet ik dan niet altijd.
Ik kan nu ongeveer 180 karakters schrijven. Lezen kan ik ook een beetje, maar praten en verstaan is nu wat makkelijker geworden. En als ik niets begrijp, dan gebruik ik gewoon gebarentaal en geluiden.
In China moet ik Chinees spreken, want de meeste Chinezen kunnen geen Engels. Ze krijgen wel Engels op school, maar oefenen het niet.
Hier in Xi’an, de stad waar ik woon, is er bijna niemand die Nederlands of Duits spreekt. Ik moet dus wel Chinees spreken.
Gepost door Chantal vanuit Xi´an, China


