Lydia Rood heeft een intrigerende hobby waar ze graag over schrijft.
Misschien rare hobby: ik doe aan woordsurfen. Het gaat zo: je slaat een woordenboek open op een willekeurige plaats. Stel, je oog valt op het woord aventurijn. Prachtig woord! Je negeert dapper de verleidelijke afleiders aveluinig (knorrig of slordig) en aver (kind) en vindt dat een aventurijn een glinstersteen is van rood, blauw of groen kwarts. Aventurijn heet zo omdat het lijkt op Venetiaans glas, waarbij de glinsterstukjes er willekeurig over zijn uitgestrooid. In het Italiaans heet dat per avventura, toevallig, doceert het etymologisch woordenboek.
Hé, dus een avontuur is wat je bij toeval beleeft? Nou nee, zegt het etymologisch woordenboek, avontuur komt van advenire, en dat is (naar je) toekomen. Dus op een avontuur kun je rustig thuis wachten. De ‘o’ is erin geslopen omdat wij bij hachelijke lotgevallen aan avond denken.
Eens kijken bij avond. Kijk aan, avondkout. Een praatje dat je ‘s avonds maakt, maar recht op avondkout betekent dat de heer een maagdeken in de huwelijksnacht mag defloreren… Heerlijk, maar er komen wel bastaardjes van.
Nu wordt mijn blik onweerstaanbaar teruggetrokken naar het raadselachtige aver. Dat is een heel oud woord voor nakomeling, en we gebruiken het dagelijks… Want, zegt het Groot Uitdrukkingenwoordenboek, vroeger kenden we iemand van aver tot aver, maar de betekenis ging verloren en daardoor werd het verbasterd (hé, een verbastering van bastaard!) tot van haver tot haver. En omdat dat écht niets meer betekende, maakten we daarvan: ik ken hem van haver tot gort.
Maar dit is geen surfen meer - dit is echt diepdictionaireduiken.























0 reacties tot nu
Er zijn nog geen reacties geplaatst. Vul het formulier hieronder in om de eerste te zijn.
Geef uw reactie