Lydia Rood houdt niet van metaforenhutspot.
Slordig spreken duidt op slordig denken, leerde mijn vader, en nu geloof ik dat zelf. Bij sommige taalgebruikers ontgaat me de inhoud volkomen. Ik zit al luisterend of lezend alleen maar te denken: denk toch eens na! Dan denk ik dus zelf tijdelijk ook even niet na.
Ik vind het vooral ingewikkeld worden als mensen metaforen door elkaar gebruiken.
‘Zulk koffiedik kijken is geen zuivere koffie, dat staat als een paal boven water! De heer X houdt de poot stijf op de knip!’
Misschien nog grappig bedoeld, deze metaforenhutspot, maar hoor dan dit:
Om het hoofd boven water te houden, moesten ze hun beste beentje voorzetten. (Wordt het nou zwemmen of rennen?)
Zij liet haar camera spreken. (Nieuwe techniek zeker.)
Zijn harde schijf zit vol, denk, want hij heeft daar echt een blinde vlek. (Geheugenproblemen of visueel gehandicapt?)
Ik ruik een addertje onder het gras. (En stinken, die adders!)
Makkelijk, je kop in het zand te steken en roepen dat er niks aan de hand is. (Roept dat echt makkelijk, zo onder het zand?)
De benenwagen voert hier de boventoon. (Dan loopt hij misschien aan?)
Zweefteven die in een vorig leven een zigeunerprinses of de minnares van Napoleon zijn geweest, grossieren in gemengde metaforen. Laatst tuitten mijn oren in een gesprek over ‘resonantie’. Er moest van alles resoneren, vooral gevoelens geloof ik. Ik vroeg wat ze bedoelde.
‘Nou, dat het stróómt allemaal!’
‘Maar resonantie betekent weerklank.’
‘Precies! Die stroom heen en weer!’
Zo iemand kun je beter laten drijven.























0 reacties tot nu
Er zijn nog geen reacties geplaatst. Vul het formulier hieronder in om de eerste te zijn.
Geef uw reactie