Eigentijdse zedenschets, dit debuut van Henk Rijks, waarin het cynisme de boventoon voert. Over een onuitstaanbare dertiger die zichzelf heel wat vindt met z’n Ikea-huwelijk (‘zo op het eerste gezicht ziet het er allemaal leuk uit’), een tweeling en een goedbetaalde baan bij een bank. Onverwacht ontslag slaat hem uit het lood, tot hij met 600 kilo in de achtertuin gevonden cocaïne de grootste dealer van Amsterdam wordt.
Dan wordt het boek écht leuk, want tot die tijd laat bankmanager Tonk(‘ik was (kwa voornaam) een stuk beter af dan Plinke, Storm, Bink Dex, Hunter, Flemming, Bronja en al die andere drie- tot vijfjarigen met hun modieuze Amsterdam-Zuid-namen) van Lexmond zich kennen als een weinig innemend mens. Amper 36 is hij en zo nihilistisch als de neten, alle dure (merk)kleding, meubelen en gadgets ten spijt, en met cynisch commentaar op alles en iedereen en waar het vrouwen betreft ronduit seksistisch: ‘Waar nu blubberige dijen, uitgezakte tieten, behaarde schaamstreken en ingegroeide kalknagels hoogtij vierden, moest er vroeger nog wel wat aantrekkelijks tussen hebben gezeten.’
Zijn ontslag maakt van Tonk geen leuker mens, maar hij komt in elk geval in actie; hiertoe gedwongen door een tophypotheek, een verwende tweeling en een vrouw die grossiert in laarzen van Fred de la Bretonière. Natuurlijk helpt het toeval in de vorm van ruim 600 kilo cocaïne een handje. Maar de manier waarop hij zich met behulp van internet in de aspecten van coke verdiept en een bedrijfsplan voor verspreiding ervan opzet, is bijzonder amusant.
Als echte beginner verkoopt hij het spul aanvankelijk onversneden, waarmee hij zich direct een op de kaart zet in snuivend Amsterdam. Gewapend met snorfiets en Blackberry vergaart hij een fortuin door verkopen aan prominenten in de grachtengordel en gestrest kantoorpersoneel in Amsterdam-Zuidoost. Met zijn soepele stijl beschrijft Rijks die milieus en de naamloze gebruikers zo treffend dat je bij iedere presentator, mediatycoon of anderszins bekende Amsterdammer denkt: ‘hij bedoelt toch niet…?’
Natuurlijk gaat het fout, want die drugs waren van iemand anders, maar niet op de manier die je verwacht. Hoewel aardig gevonden zijn deze (internationale) verwikkelingen niet het sterkste deel van het boek. Tonk blijft een onvolwassen egotripper, die vooral aan zijn eigen hachje denkt; een beetje sadder, want als hij de jongens niet meer kan zien noemt hij zijn tweeling eindelijk bij hun naam, maar niet wiser.
Dat narcisme is overigens tot in de puntjes doorgevoerd: ‘Voor mezelf’ luidt de opdracht voor in het boek en alle hoofdstuktitels beginnen met I (of ik). Daar heeft Rijks vast heel wat werk aan gehad, want ze hebben ook met elkaar gemeen dat ze (titel)regels uit songteksten zijn. Hij pakt ook de promotie professioneel aan (iets opgestoken van collega en voormalig reclameman Kluun?) met een website (en weblog) (www.dekostwinner.nl). Verder is hij actief op twitter en verkoopt hij t-shirts met het kostwinnerslogo er op.
De kostwinner- Henk Rijks, uitgeverij Contact, ISBN 10 9025434401, € 19,95





















0 reacties tot nu
Er zijn nog geen reacties geplaatst. Vul het formulier hieronder in om de eerste te zijn.
Geef uw reactie