Hier twee gedichten die Kopland in 2004 voordroeg, afkomstig van de in juni verschenen Poetry-box ‘Zij kwamen om een dichter te zien’.
Ze wacht met oude thee en oude handen,
ik hou van haar, maar zonder veel
dorst en heimwee. Liefde is het einde
van een zachte dag, alleen de rode
lucht blijft over, de zon is onder. Ze
wacht en met de schemer komt de kat.
Hij duwt zijn koude rug tegen haar handen,
niet om haar, maar om zijn vacht.
TOPOGRAFIE VAN MIJN GEBOORTEGROND
Ik weet niet of ze er iets toe doen
al die toevalligheden.
Zo kwam ik bijvoorbeeld ergens ter wereld
maar waarom ik, waarom daar
hoe oneindig klein was die kans
als je denkt aan dat oneindige aantal mensen
dat deze aarde nooit en nergens zal zien.
En bovendien.
Die toevallige man en die toevallige vrouw.
Zij hebben me verteld wie ik was
en waar ze me hadden gevonden
dit ben je, zeiden ze, hier ben je.
Mijn topografie is te raadselachtig
om te beschrijven, te vanzelfsprekend
voor woorden, ik ben omdat ik er ben.
Ik lees in het boek der Psalmen
hoe mooi mijn geboortegrond is.
Er moet een toevallige god zijn.
(excuses voor de interpunctie)
Van de CD: Zij kwamen om een dichter te zien (deel 15) - uitgave Poetry International ism Radio Nederland Wereldomroep €59,00
Aan het grensland, Geluiden uit het noorden deel 2, uitgeverij van Oorschot, Isbn 9789028241343, € 16,00























0 reacties tot nu
Er zijn nog geen reacties geplaatst. Vul het formulier hieronder in om de eerste te zijn.
Geef uw reactie