Het is een van de zwaarst bewaakte vliegvelden op de wereld. Toch kom ik het hoofdgebouw van “Baghdad International Airport” binnen zonder te zijn gefouilleerd.
Op het moment dat alle passagiers de koffers neerzetten, om ze door een paar honden te laten besnuffelen, verdwijn ik even achter een betonnen muur. Na een paar stappen ben ik ineens weer tussen de al gecontroleerde passagiers. Met dit soort vergissingen houdt Royal Jordanian Airlines blijkbaar ook rekening: Zelfs op het platform, naast het toestel, word je opgewacht door speciale beveiligers die opnieuw iedereen fouileren.
Mijn vliegtuig naar Amman is slechts zes uur vertraagd. Dat is geluk hebben: klanten van Iraqi Airways brengen soms een paar dagen door op het vliegveld, in de hoop dat ze weg kunnen. Een oudere Iraakse vertrouwt mij toe: “Irak is als een huis dat helemaal is leeg geroofd, gedeeltelijk in brand gestoken en waarbij ze vervolgens hebben gezegd: nou, woon er maar in.” Dat is ook het Irak zoals ik het heb ervaren. De stroomstoringen, de onveiligheid. Je wordt niet echt blij van Irak. Toch, zoals ik al eerder schreef, was er enige reden voor journalistieke vrolijkheid. Ik kon in Bagdad op meer plekken komen dan ik van te voren had gedacht.
Voor vertrek had ik nog tal reportages van collega’s gezien of gelezen. ‘Bagdad’ was de dateline steeds. Maar meestal bleek dat ze hun hotel nauwelijks uitkwamen. Of hooguit gingen ze ‘embedded’ bij het Amerikaanse of Iraakse leger. Vaak lieten ze hun lokaal personeel de beelden maken of de quotes halen. Het probleem is dat de meeste journalisten die nu nog in Irak komen, geregeerd worden door, of hun eigen veiligheidsmensen, of door hun eigen angst.
De eerste dagen in Bagdad zat ik in mijn eentje in een hotel, ver van collega’s. Vanwege stroom, warmte en internet-gebrek ben ik vervolgens verhuisd naar het Al Hamra hotel. Dat zit vol met journalisten. Verspreid over vier verdiepingen zit er ondermeer het Amerikaanse NBC. De omroep heeft zijn eigen veiligheidsmensen en er waren tijden dat die de verslaggevers tot hun slaapkamerdeur begeleidden. Ik sprak Steve, Amerikaanse krantenverslaggever. Zijn beveiliger (type overjarige sportschooljongen) bepaalde wat hij mocht doen: dat was eigenlijk niks. Niet naar de supermarkt. Niet vanuit de auto foto’s maken. Meestal zat de verslaggever dus alleen in het hotel. Of ging naar de Groene Zone, een paar honderd meter verderop. Steve had geen idee wat een gewone Irakees dagelijks meemaakt.
Voor een ding ben ik het hotel ook niet uitgegaan. Hoewel ik wel geprobeerd heb het ergens anders (goedkoper…) te vinden. Maar nee: de buste van Saddam, nep-brons, stond alleen in de souvenirwinkel van het Hamra-hotel. “Ladies and Gentlemen, We’ve got him.” Hij staat thuis op de piano. ‘New York State of Mind’ heb ik net voor hem gespeeld. Nog twee weken trouwens en dan zit ik daar. Da’s ook leuk. Maar ik mis Bagdad nu al.

on Mar 31st, 2011 at 4:44 am
brilliantly insightful article. If only it was as easy to implement some of the solutions as it was to scan and nod my head at each of your points
on Apr 5th, 2011 at 8:52 am
Hello I am so delighted I found your website, I really located you by mistake, while I was watching on google for something else, Anyways I am here now and could just like to say thank for a tremendous post and a all round entertaining website. Please do keep up the great work.
on Apr 7th, 2011 at 9:44 pm
Im glad to have located this post as its such an interesting one! I am always on the watchout for quality posts and storys so i suppose im lucky to have found this! I hope you will be adding more in the future…