Bij de boedelscheiding van Radio Nederland in Overgangstijd naar de diverse omroepen was sprake van Philips-Miller banden.
Volgens het Philips museum neemt het apparaat uit 1935 muziek op op een filmband. Zie ook http://www.btinternet.com/~roger.beckwith/bh/tapes/pm.htm
De film waarop werd opgenomen was 7 mm breed, de film was bedekt gelatine waar een mercuric sulphide laag op zit die er met een snijder werd afgekrast. Het was J.A. Miller uit Flushing NY die bedacht dat de snijder 174 graden moest staan.
De BBC kon er in de ontwikkelingsfase nog niet voldoende zeker en goedkoop gebruik van maken en investeerde in platen snijmachines voor de Empire service. Later ging men door met de experimenten. Volgens een bezoek van Van Eldik in 1949 lijkt dat niet zo succesvol te zijn geweest.
Philips experimenteerde ook buiten de radiowereld. Op YouTube staat een filmpje met een “stereo”opname van het Concertgebouw Orkest met Mengelberg uit 1937 (Mengelberg Philips-Miller recording 1937). Chrit Wilshaus van Tekstinzicht maakte voor Horizon (programma van de Ned. Ver. voor Blinden en Slechtzienden) twee programma’s met een interview met ir. Claud Wendrich van CNR/Dureco die in Zuid-Afrika nog met het systeem heeft gewerkt. In deel 1 legt hij uit wat het systeem is, in deel 2 vertelt Wendrich over het gebruik (in Nederland nog tot de jaren zestig)
Bij de Nederlandse omroepen werd het medium ook gebruikt. Een rapport van 15 januari 1947 gemaakt voor de boedelscheiding van Radio Nederland in Overgangstijd naar de diverse omroepen, spreekt van 2743 banden. Daarvan waren 370 opnames van Herrijzend Nederland en tot dat moment 700 van Radio Nederland in Overgangstijd. De rest zal bestaan uit opnames van voor en tijdens de oorlog of van de diverse omroepen na de oorlog (zoals een opname van de Gijsbrecht uit 1948 van de KRO)
Geen van de PM-banden van Herrijzend Nederland is in welk ander audio systeem dan ook te traceren. Bij het Instituut Beeld en Geluid gaat men er tot nu toe van uit dat het materiaal wel is overgezet. Een vergelijking van de lijst van januari 1947 met wat in de catalogus van B&G staat, stemt niet tot hoop. Het zou kunnen dat deze geconverteerde opnames ergens in een niet-beschreven deelarchief staan.
Update 8 juni 2011:
Een artikel uit Aether van juli 1993 slaat die hoop in de bodem (artikel Wim Rotermundt op p 31-34; met dank aan Piet Tullenaar voor het toezenden). Zoals boven beschreven bestond het materiaal uit celluloid. Volgens het artikel was dit “zeer brandbaar, zelfs explosief”. Dat geldt voor nitraatfilm maar niet voor celluloidfilm, ook wel safety-film genoemd juist omdat het niet explosief was. Toen in 1948 in het Paleis van Justitie in Brussel brand uitbrak in de filmafdeling was men niet zo nauwkeurig. Het materiaal dat toen onder het AVRO-gebouw lag, werd tot tijdbom verklaard.
Het materiaal werd verhuisd naar een bunker uit de bezettingstijd naast het AVRO-gebouw. Maar al snel bleek dat de grote vochtigheid in de bunker het zgn hygroscopische materiaal vrijwel volledig vernietigde: “Groen uitgeslagen door schimmels puilden de banden paddestoelvormig uit de opengedrukte dozen naar buiten. Een gedeelte kon nog gered worden door omspoelen en drogen. [....] Minstens de helft van de banden was echter verloren en moest helaas worden vernietigd. En wel verbrand … op de binnenplaats van de AVRO-studio.” (p. 34)
Niet snel daarna zal de rest zijn overgezet naar een andere drager en dat zal dan het materiaal zijn waarvan IB&G nu denkt “dat alles is overgezet”. De NRU, de voorloper van IB&G, heeft het systeem volgens het artikel nog tot het begin van de jaren vijftig gebruikt (zie ook H000116 in deze blog). De Duitse magnefoon en bandrecorders waren toen verder geperfectioneerd. Het Belgische Agfa maakte met haar serie F-banden (1948-1953) en vooral met de serie FR-banden (1953-1965) in allerlei vormen ook een drager die nog steeds verbluffend helder klinkt. De microfoons werden het probleem ….
