Over de classiciteit / eeuwigheidswaarde van Gezelle’s poëzie. Gebaseerd op zijn elementaire eerlijkheid van zijn lyriek.
Gezelle (1830-1899) gebruikte een niet-verheven dichttaal. Zijn dichtkunst was religieus (hij werd in 1854 priester) en doortrokken van de natuur.
Prof Frank Bauer stipt ook de rol van zijn vader en moeder aan.
Aan het slot vertelt Bauer dat zijn levenswerk over Gezelle maar moeizaam afkomt, omdat hij telkens nieuwe informatie vindt.
Zijn gesprekspartner is volgens Ad Eybaard (ex-medewerker van de Fonotheek) Jacques Idserda.
Het materiaal is van magnetofoon op plaat gekopieerd op 18 november bedoeld voor een uitzending van 24-12. Kant 3 en 4 bevatten een interview met Henriette Roland Holst. De geluidskwaliteit daarvan werd op 22-12 “zéér slecht” beoordeeld.
Key: Guido Gezelle
