B232166.A1 Interview Toon Hermans : [BASISMATERIAAL] / 1967-08-11 | 00:43:45
Op deze band staan alléén de interviewfragmenten, de liedjes/cabaretopnamen zijn weggesneden of pas later ertussen gemonteerd. Begin en einde zijn nogal abrupt.
Lang interview van Bert Steinkamp met cabaretier Toon Hermans (Sittard, 17 december 1916 - Nieuwegein, 22 april 2000). Basismateriaal, opgenomen in het Hilton Hotel in Amsterdam. Onderwerpen:
0′00 Het begin van zijn carrière in Zuid-Limburg. Hermans deed als amateur vanaf zijn 16e al kleine revues op het Limburgse platteland. Zijn vader overleed toen hij nog zeer jong was, en toen moest er geld verdiend worden. Hij kon niet studeren, zoals zijn broers, maar werkte in een schoenenwinkel. Dat leverde echter niet genoeg op, dus probeerde hij met theater meer geld te verdienen.
4′24 Zijn komst naar Amsterdam. Zijn eerste optreden in de hoofdstad (in 1942?) was in een café op het het Rembrandtplein. Het was geen succes, niemand besteedde aandacht aan zijn clownsnummer. Vanaf 1942 had hij kleine rolletjes in het gezelschap van Carl Tobi, in het Leidschepleintheater. Na de oorlog kwam hij terecht bij het gezelschap van Floris Meslier, waarmee hij oa. veel uitvoeringen van ‘AVRO’s Bonte Dinsdagavondtrein’ had. Hij werkte er samen met toneelschrijver Jan van Ees, die grote invloed op hem had. Hermans beschouwt van Ees als zijn ‘toneelvader’.
8′48 De one man shows. Zijn uitgangspunt was “laat ik het maar eens proberen”. Omdat de reacties laaiend enthousiast waren is hij er mee doorgegaan. De teksten schreef hij allemaal zelf. Hij zegt erover (12′15 ): “Het is geen eigenwijsheid dat ik altijd mijn eigen teksten schrijf, maar ‘t is eigenlijk een gebrek aan talent. Want ik zou dus liever kunnen spelen wat andere mensen mij schrijven, maar helaas, ik kan dat niet. Wat ik doe is zo persoonlijk, zit zo aan mij vast dat ik daar eigenlijk wel tevreden mee ben.”
17′10 Steinkamp stelt dat Hermans boven de rivieren (in de Randstad) oa. zo populair is geworden omdat hij de zuidelijke flair, ‘joi-de-vivre’ zo goed uitdraagt. Hermans zegt dat het niet altijd een voordeel is omdat er altijd rivaliteit blijft bestaan tussen Hollanders en zuiderlingen.
20′33 De Amerikaanse plannen. De show die hij wil geven in de Verenigde Staten is geschreven, maar mentaal is hij er nog niet klaar voor, hij wacht op de “kracht om die stap te zetten”. Hermans spreekt ook over het optreden voor een buitenlands publiek in het algemeen. Hij vindt dat zijn shows altijd over mensen gaan, universeel zijn en daardoor ook in het buitenland interessant kunnen zijn (hij trad in die tijd al op in onder meer Duitsland en België).
29′55 De zes muzikale begeleiders van Hermans, in het bijzonder Govert van Oest, al twintig jaar zijn vaste pianist. Vervolgens over de omgang met het publiek.
35′15 Andere bezigheden, waaronder het schilderwerk. Hij heeft een studio in Amsterdam, waar één van de vertrekken is ingericht als atelier. En hij gaat graag naar voetballen en wielrennen.
36′32 De TV- en radioshows. Hij maakt nooit aparte programma’s voor televisie of radio, het zijn altijd geregistreerde theatershows. Heeft dat een bepaalde reden? Hermans zegt dat televisie een heel ander vak is, en dat hij er geen tijd voor heeft. En: “Een theater-artiest maakt zichzelf van kant door herhaaldelijk op de televisie te verschijnen”.
39′00 Het verschil tussen optreden in kleine theaters en grote theaters als Carré en het Circustheater in Scheveningen. Hermans vindt het prachtig in de grote theaters, en richt zijn shows daar ook steeds meer op in.
41′11 Hoe is het om in Zandvoort te wonen, is dat niet erg onrustig? Hermans zit nooit vóór het huis, zeker niet in de zomer, want dan zou hij de hele dag belangstelling wekken. Hij vind het verder best prettig, maar is vooral in Zandvoort terecht gekomen omdat hij gedwongen zijn huis aan de Churchillaan in Amsterdam moest verlaten.
B228781.A1 Toon Hermans als dirigent / 1967-05-18 | 00:34:04
Conference van cabaretier Toon Hermans, waarin hij de rol van dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest op zich neemt.
