Wie is er bang voor Brussel? Rotating Header Image

BLOED AAN DE OEKRAÏNSE PAAL

(eerder verschenen in Hard Gras, voetbaltijdschrift voor lezers; april 2012)

Het is 9 augustus 1942 als in het door nazi’s bezette Kiev duizenden voetbalfans samenkomen. FC Start, met de sterspelers van Dynamo Kiev, speelt tegen de nazi-ploeg Flakelf. Het wordt de legendarische ‘Dodenmatch’. De Oekraïners wonnen, en de represailles waren snoeihard: de spelers werden na het fluitsignaal door de Duitsers geëxecuteerd - zo althans luidde de versie in het naoorlogse sovjet-Oekraïne.
Zeventig jaar later komen historici met minder heroïsche feiten. Maar in Oekraïne, dat in juni samen met Polen het EK-voetbal organiseert, koestert ook het huidige regiem de aloude sovjetmythe.
Aan de vooravond van het EK zocht Europacorrespondent Tijn Sadée voor Hard Gras en VPRO-radio naar oude en nieuwe leugens in het schizofrene land der voetbalolichargen.

door TIJN SADÉE

‘Ik moest kennelijk eerst die kanker krijgen. Met de dood dichtbij kreeg ik de inspiratie en schreef ik het lied.’
Aan de rand van Babi Jar, ‘het Vrouwenravijn’ in Kiev, schraapt Volodimir Sjinkaroek zijn keel, veegt de sneeuwvlokken uit zijn mondhoeken en maakt zich klaar om te gaan zingen.
Ik sta er wat onhandig bij. Mijn vingers omklemmen de ijskoude microfoonstaaf. Ik heb het hem gevraagd, heel voorzichtig, maar wel op zo’n manier dat Volodimir moeilijk nee kon zeggen. Lichte journalistieke dwang, dus. Ik denk al aan een lekkere montageschnitt, want dit soort opnames doen ’t altijd goed: het geluid van kraaien die cirkelen in de ijskoude lucht, plus man die zingt, in een taal die ook zonder het nuttigen van tweehonderd gram wodka melancholisch stemt. Radio!
Intussen moet die arme Volodimir al zijn krachten verzamelen. De muzikant is nog maar net genezen verklaard, zijn huid is nog wat gelig en z’n stem kraakt.
‘Hij doet het voor jou, voor dat rare mannetje van de Nederlandse radio’, fluistert mijn tolk Oksana me bits toe. ‘Neem het dus graag in één keer op, wil je?’
Van een zakelijke relatie tussen opdrachtgever en tolk was al na één dag samenwerken met Oksana geen sprake meer. Een eigenwijze jonge vrouw van amper één meter zestig. Donker brilmontuur. Gehaakt alpinopetje. En geen goed woord over voor ‘al die macho’s, domme turbobabe’s en andere nouveau riche’ die, volgens Oksana, van haar Kiev een ranzige stad hebben gemaakt.
Een paar uur na onze eerste kennismaking had ze me duidelijk gemaakt waar je bij haar vooral niet mee aan moet komen. En na krap een etmaal ben ik dus ‘dat rare radiomannetje’.
Maar daar gaat het nu even niet om. Oksana en ik kijken nu vol verwachting naar Volodimir die ons heeft meegenomen naar Babi Jar.
Een paar meter onder ons liggen de resten van honderdduizenden Oekraïners, vermoord door de nazi’s die Kiev in 1941 innamen.
Aan de rand van het ravijn werden de kogels door hun koppen gejaagd. En wie daarna niet vanzelf langs de helling naar beneden stortte, kreeg nog een schop mee. Het laatste fysieke contact met een levende medemens, alvorens je op een stapel lijken belandt: de punt van de laars van een nazi.
Elf van die honderdduizenden slachtoffers ‘hadden hun voetbalshirts nog aan,’ zegt Volodimir. ‘Dat waren de jongens van Dynamo Kiev die tijdens de Dodenwedstrijd stierven voor de eer van hun vaderland.’
Zijn lied is een ode aan die elf mannen, volgens Volodimir de grootste sporthelden van zijn land. Maar we staan nu al een uur in de kou, Oksana wordt een beetje chagrijnig, en de batterij van mijn Marantzradio is bijna leeg.
‘Vind je ’t goed als we nog héél even wachten?’, vraagt Volodimir. Hij wordt er sentimenteel van. ‘En dan kan ik niet meer zingen.’

Het zijn niet de minste die zich hebben laten inspireren door de donkerste aller voetballegendes: de Dodenwedstrijd van Kiev.
Er werden meerdere boeken over geschreven, Russische en Hongaarse regisseurs verfilmden in de jaren zestig het verhaal, en in 1981 draafden Pélé, Bobby Moore, Michael Caine, Sylvester Stallone en oud-Ajaxied Co Prins nog op als acteurs in de film Escape to Victory, de heroïsche Dodenwedstrijd-versie van regisseur John Huston.
Het is de versie die het goed doet als je een verhaal in één zin moet pitchen bij geldschieters.
“Elf uitgehongerde voetballers vernederen op het veld de wrede vijand, maar moeten hun overwinning na het laatste fluitsignaal bekopen met de dood”.
Volgens dit scenario begint op 9 augustus 1942 het heldenverhaal, in het Zenit-stadion van Kiev, onder luid geblaf van Duitse herdershonden op de sintelbaan.
Hitlers legers zijn een jaar eerder Oekraïne binnengevallen, en hebben het Oekraïnse volk in een mum van tijd tot slaven gemaakt. Een geweldige prestatie kun je het niet noemen, omdat de Oekraïners in de jaren daarvoor al murw waren geslagen door Stalin. Met de kunstmatige hongersnood, de holodomor, had Stalin met opzet miljoenen slachtoffers gemaakt in het ‘grensland’ dat pas in 1922 deel was geworden van zijn Sovjet-Unie. De paranoïde Stalin wilde het laatste restje Oekraïns nationalisme eruit slaan, en dat was hem min of meer gelukt. Midden jaren dertig waren de tot wanhoop gedreven Oekraïners mentaal zo ver gezonken dat kannibalisme niet ongewoon was. ‘Talloze ouders doodden hun kinderen, moeders kookten hun zonen,’ schrijft historicus Timothy Snyder in zijn recent verschenen boek Bloedlanden. ‘In één gezin werd de schoondochter gedood, haar hoofd werd aan de varkens gevoerd, en voor zichzelf roosterden ze haar lichaam.’
Na die Stalin-terreur reageren in 1941, als de nazi’s hun land binnenvallen, veel Oekraïners met een zekere gelatenheid: ‘Dit kan onmogelijk erger worden dan wat we net hebben overleefd.’
Het wordt minstens zo erg. Voor Hitler is Oekraïne één gote graanschuur, waar Duitse boeren zich als kolonisten kunnen huisvesten. Het Slavische volk moet dus worden vernietigd, Kiev wordt uitgehongerd, en 630.000 sovjetsoldaten uit het Rode Leger worden, dankzij Stalins strategische miskleunen, in en rond Kiev krijgsgevangenen gemaakt. De meeste sterven de hongersdood.
Een jaar later is van de grootstedelijke, vooral joodse bourgeoisie niet veel meer over. Wie deportatie naar concentratiekamp Sirets of, nog erger, het Vrouwenravijn, wil voorkomen, zoekt zijn heil in een onopvallend baantje. Zo ook de sterspelers van Dynamo Kiev. Voor de oorlog speelden ze nog op Europees topniveau, nu werken de meeste in Bakkerij 3, onder de rook van het Zenitstadion aan de rand van het centrum van Kiev. De broodfabriek staat onder leiding van een voetbalfanaat, Jozef Kordik, die de Duitse bezetter op de juiste momenten paait, als hij het opportuun acht. Maar Kordik is vooral trots dat hij Dynamo-coryfeeën als Troesevitsj, Toetsjev en Poetistin op de loonlijst heeft staan.
Het is Kordik die op het idee komt om een voetbalcompetitie te organiseren. De Duitsers, die na de eerste dramatische periode van hun inval en bezetting zoeken naar methodes om de Oekraïners die ze nog nodig hebben gunstig te stemmen, staan het toe. ‘Pacificatie door normalisering’, heet de strategie van de Duitsers, ofwel: een beetje brood en spelen kan geen kwaad.
In Bakkerij 3 wordt het team FC Start samengesteld, onder aanvoering van de charismatische Troesevitsj, voor de oorlog de beste doelman van de Sovjet-Unie. Het technisch hoogstaande Start wint bijna alle wedstrijden in de ‘oorlogscompetitie’ waaraan al snel andere teams, verspreid over het land, meedoen.
De nazi’s brengen in Kiev de ploeg Flakelf in het gareel.
6 augustus 1942 staan Flakelf en FC Start voor het eerst tegenover elkaar. Het wordt een walk over voor de Oekraïners die de Duitse voetballers met 5-1 verslaan. De nazi’s, gekrenkt in hun trots, kondigen een revanchewedstrijd af en in de straten van de kapotgeschoten en uitgehongerde stad verschijnen aanplakbiljetten: 9 augustus 1942. Revanche. Flakelf tegen FC Start. Lokatie: het Zenitstadion.
Het wordt de ‘Dodenwedstrijd’, maar het wordt vooral een verhaal. Of beter: een mythe, die tot op de dag van vandaag politiek wordt misbruikt.

‘Hinda zegt “bullshit”, staat in de reply van Oksana, die me via een collega met Oekraïnse contacten is aangeraden.
Of ze mijn fixer en tolk wil zijn tijdens mijn aanstaande bezoek aan Kiev, had ik haar per email gevraagd. Ik kom een verhaal maken met als pitch: “Elf uitgehongerde voetballers uit Kiev vernederen op het veld de nazi’s, maar moeten hun overwinning bekopen met de dood”. Mijn enige interviewkandidaat vooralsnog is historicus Volodimir Hinda, van wie ik heb gehoord dat hij de Dodenwedstrijd onderzoekt.
Kan Oksana daar wat mee?
Ze schrijft terug: ‘300 euro voor week werk okay, en historicus Hinda gebeld. Hinda zegt “bullshit.” Hij wil graag met je praten.’
Aan de vooravond van het EK-voetbal, dat aanstaande juni in Oekraïne en Polen van start gaat, boek ik mijn vlucht.
‘Je reist eigenlijk naar twee landen tegelijk,’ waarschuwt de Nederlandse historicus en Oekraïne-expert Diederik Kramers me voor vertrek.
‘Hoe de geschiedenis van Oekraïne wordt geïnterpreteerd hangt sterk af van waar je bent: in het oosten of in het westen van het land.’ Het westen is nog altijd sterk nationaal voelend, zegt Kramers, terwijl het oosten al veel langer banden heeft met Rusland. ‘In het oosten is Russisch de voertaal, in het westen Oekraïns.’
Een verdeeld land dat werd doodgeslagen door Stalin in de jaren dertig en vervolgens door de nazi’s. ‘En na de oorlog kreeg de Oekraïner, nog altijd zoekend naar zijn ware identiteit, weer het predikaat ‘sovjetmens’ opgeplakt.
Niet verwonderlijk, zegt Kramers, dat de huidige Oekraïner, inmiddels twintig jaar onafhankelijk, nog altijd niet weet om te gaan met zijn geschiedenis en identiteit.
‘Ook wat betreft die Dodenwedstrijd. Welke eer verdedigden de Dynamo Kiev-mannen? Voor welk land kwamen zij uit? Het Oekraïne van Stalin, door wie ze net waren getrakteerd op de holodomor? Voor de fiere nationalistische strijders uit het westen, waar de prorussische oostelijke Oekraïner niets mee heeft? Wat was Oekraïne toen? Wat is Oekraïne nu?’

‘Vladlen Michailovitsj’, zegt Oksana voor een zoveelste keer, op poeslieve toon. Maar het komt uit haar tenen. Al een kwartier belt ze vanuit mijn hotelkamer met Poetistin junior, wat duidelijk het uiterste van haar vergt. Oksana is dankzij yoga net met roken gestopt, maar tijdens het telefoongesprek grijpt ze naar mijn pakje Lucky Strikes en speelt met de aansteker. Ze steekt nog net niet op.
‘Mijn beste Vladlen Michailovitsj, dat zal onmogelijk zijn,’ zegt Oksana. ‘Om budgettaire, maar ook om andere redenen, is mijn inschatting.’
Vladlen, zoon van één van de FC Start-helden van toen, wil geld zien.
‘Tweeduizend dollar voor twee uur interview,’ zegt Oksana terwijl ze met één hand de telefoonhoorn afdekt.
Ik schud mijn hoofd.
‘Mijn beste Vladlen Michailovitsj, het spijt me. Zo veel geld hebben we niet.’
Van de spelers van FC Start is niemand meer in leven. De enige directe familie, die in 1942 vanaf de tribune toekeek, is een zoon-van met een te krap pensioen. En van het Zenitstadion, waar de Dodenwedstrijd werd gespeeld, is niet veel meer over.
Een uur vóór we er hebben afgesproken met voetbalhistoricus Hinda lopen we over de sintelbaan van het stadion, achter een omaatje die er haar kleinkind voortduwt.
Ze woont bij de voormalige Bakkerij 3. Daar, verderop.
‘Als hij later groot is,’ wijst ze naar het ventje in de wagen, ‘vertel ik hem het verhaal van FC Start. Precies zoals mijn ouders het mij hebben verteld. Allemaal kapotgeschoten. Wat een tagische helden!’
Het hout op de tribunes is verrot. Tussen het verroeste staal van de eretribune, waar destijds de hoogste SS-officieren stonden, liggen lege flessen horilka en bier.
‘Jongeren hangen hier ’s avonds rond,’ zegt de stadionbeheerder die in het flatgebouw verderop woont. Hij is meteen aan komen snellen, toen hij vreemde gasten zag.
De laatste keer dat het stadion werd gebruikt was in 2010. Politieke activisten uitten er hun woede over ‘de graaicultuur van de elite’. Het Zenitstadion zou voor een miezerig bedrag in handen zijn gekomen van projectontwikkelaar Golden House dat nauwe banden heeft met de minister van Sport- en Jeugdzaken.
De helft van de activisten had zich met geleende theaterkostuums verkleed als nazi’s. Met aangelijnde herdershonden joegen ze op de andere helft, gestoken in voetbalshirts.
Stadionbeheerder Leonid heeft de krantenfoto’s van de actie destijds gezien. Hij dacht dat het om opnames ging van de zoveelste Dodenwedstrijd-verfilming. En Golden House? ‘Nooit van gehoord, ken ik niet.’
Met onder zijn arm pakken papier komt door de oude stadionpoort een stevig gebouwde dertiger aanlopen. Historicus Volodimir Hinda. Op sportschoenen.
‘Bullshit. Wil graag praten,’ had hij kortaf per email aan Oksana laten weten.
In het echt is Hinda niet minder kortaangebonden. Hij gunt stadionbeheerder Leonid een afkeurende blik en vraagt dan  of we kunnen verkassen, naar een rustiger plek elders in de wijk.
‘Je hebt deze malloot Leonid toch niet op de radioband staan, mag ik hopen?’
Hinda blijkt een scherpe, enigszins bittere man die pas na een uur praten los komt. Al jaren zeult hij met het manuscript voor zijn boek “Oekraïnse sport onder nazibewind”. ‘Maar geen uitgever in het huidige Oekraïne durft het aan,’ zegt Hinda.
Eerst maar de populaire versie? vraagt hij. Of wil je dat ik je meteen de waarheid vertel?
Die 9de augustus 1942 was ‘een snikhete dag’ schrijft Andy Dougan in zijn heldenepos “Dynamo Kiev – Sterven voor de eer van het vaderland”. ‘Toen de massa over het lange pad naar het voetbalveld stroomde, stuitte ze op grimig kijkende Wehrmachtsoldaten.’ In de kleedkamer van FC Start meldt zich intussen een lange, kale man in SS-uniform - ‘ik ben jullie scheidsrechter vandaag’ – die de Oekraïners verzoekt bij de start van de revanchewedstrijd de Heil Hitler-groet te brengen. ‘De spanning in de kleedkamer was voelbaar,’ schrijft Dougan. ‘Wat ze nu ook besloten, ze zouden allemaal moeten leven met de gevolgen, wat die ook waren.’
Hinda kent het boek van Dougan en van al die anderen, waarin, zegt hij, ‘de bullshit allereerst begint met het scoreverloop.’
Volgens de bekende versie openden de Oekraïners de score en stonden in de rust voor met 3-1. Maar in archieven, die pas sinds kort openbaar zijn, vond Hinda heel andere feiten. Het waren juist de Duitsers die met 2-1 voor kwamen.
Volgens de legende, zegt Hinda, zou FC Start met die 3-1 voorsprong tijdens de rust in de kleedkamer bezoek hebben gekregen van een hoge nazi-officier. Die zou de Oekraïners hebben bevolen de wedstrijd te verliezen. Anders zouden er repressailles volgen.
‘Onzin,’ zegt Hinda. ‘Er kwam helemaal niemand naar de kleedkamer, ze bespraken gewoon een nieuwe tactiek, en na de rust zetten ze de wedstrijd naar hun hand. Ze winnen met 5-3.’
Na de wedstrijd zouden de FC Start-spelers direct zijn afgevoerd naar het Vrouwenravijn om daar te worden geëxecuteerd, maar de werkelijkheid is volgens Hinda anders. ‘Beide teams stelden zich gezamenlijk op, voor een groepsfoto.’
Toch moest en zou het in het naoorlogse sovjet-Oekraïne een verhaal worden over tragisch heldendom. ‘Het paste in de propaganda, om de patriottische geest van de sovjetmens aan te wakkeren,’ zegt Hinda.
Voor zijn boek onderzocht hij in totaal 150 wedstrijden die in die oorlogsjaren werden gespeeld. Daarbij werd niemand gedood. Oekraïnse voetballers kregen juist extra voedselpaketten, en het geld dat met de wedstrijden werd opgehaald werd onder de Oekraïnse en Duitse voetballers verdeeld. Hinda: ‘Voetballen in oorlogstijd was ook een manier om te voorkomen dat je als Ostarbeiter naar Duitsland werd gestuurd.’
Hij kijkt naar de stapel papier naast ‘m op tafel. Zijn  manuscript voor “Oekraïnse sport onder nazibewind.”
Het zal, vrees ik, bij een manuscript blijven, zegt Hinda.
‘Van de Dodenwedstrijd werd een legende gemaakt, en men heeft er belang bij om die in stand houden.’

Van harte ging die legendevorming aanvankelijk niet, had Oekraïne-expert Diederik Kramers me thuis, voor vertrek, nog uitgelegd. Zeker de soldaten die na de oorlog terugkeerden van het front, keken neer op de voetballers die nu op het schild werden gehesen. Eén van die soldaten, destijds een beroemd sovjetatleet, liet zich er laatdunkend over uit: “Terwijl wij lagen te creperen in de modder, met de kogels van de fascisten die ons om de oren vlogen, waren jullie een potje aan het voetballen.”
Maar in het morele vacuüm waarin de geslagen Oekraïners na de oorlog terecht kwamen, aldus Kramers, ‘was een verhaal als de Dodenwedstrijd een geweldig politiek bindmiddel.’ In dat vacuüm had de Sovjetmacht het voor het zeggen. ‘Dus werd de Dodenwedstrijd een ode aan de sovjetmens.’
Nu, zeventig jaar later, doet de mythe het opnieuw goed als bindmiddel, ditmaal in handen van de huidige Oekraïnse president Viktor Janoekovitsj en zijn voetbalclan uit de Donbas, het Russisch sprekende oosten van Oekraïne, rond mijnwerkersstad Donetsk.
De Donetsk-clanleiders, zegt Kramers, zijn nu de top dogs in Oekraïne. Het zijn de politici en miljonairs rond Janoekovitsj, allen verbonden aan voetbalclub Shaktar Donetsk. ‘Zij gaan straks met de EK-voetbal goede sier maken, terwijl dat eigenlijk het feest van het ándere Oekraïne, het Oekraïne van Julia Timosjenko, had moeten worden.’
De komst van hervormers als Timosjenko, de heldin met engelenvlechten tijdens de Oranje Revolutie van 2004, was voor Europa reden om met Oekraïne te gaan praten over Europese integratie. Haar politieke rivaal Janoekovits had het nakijken, en Timosjenko groeide uit tot darling van Europa. Met haar kon er eindelijk zaken worden gedaan, vooral over gasdoorvoer vanuit het oosten naar Europa - want in dat geopolitieke spel speelt Oekraïne een cruciale rol.
Toen UEFA-baas Michel Platini in 2007 bekendmaakte dat Oekraïne, samen met Polen, de organisatie van Euro2012 in handen kreeg, was de boodschap dan ook duidelijk: dit is een geschenk van Europa aan de Oekraïnse hervormers.
Maar net als alle Oekraïnse politici bleek ook Timosjenko een twijfelachtig verleden te hebben in de energiesector waar olichargen de dienst uitmaken.
Na jaren van niet nagekomen beloftes, kwam haar rivaal Janoekovits in 2010 alsnog aan de macht. Kritische journalisten moeten sindsdien op hun tellen passen, en tegen Julia Timosjenko werd een rechtszaak aangespannen.
Ze zou destijds als premier haar macht hebben misbruikt. Maar haar aanhang, gesteund door Europa, vermoedt dat Timosjenko het slachtoffer is van een politiek showproces.
‘Ik heb niks onwettigs gedaan,’ houdt de politica in de rechtszaal vol, terwijl buiten op straat haar trouwe aanhangers scanderen. ‘Julia! Julia!’
Ze is inmiddels veroordeeld tot zeven jaar celstraf. Desondanks blijft Brussel met het Oekraïne van Janoekovitsj in gesprek over een toekomstig lidmaatschap van de Europese Unie. De energiebelangen zijn nu eenmaal groot.
Europa doet zaken met een land waar ‘voetbalolichargen de volledige controle hebben over de politiek,’ zegt de Duitse regisseur Jakob Preuss. In Kiev vertoont hij ‘The Other Chelsea’, zijn documentaire over, zoals Preuss ze noemt, ‘de Rockefellers van voetbalclub Shaktar Donetsk’.
Shaktar-eigenaar Rinat Achmetov, Oekraïne’s rijkste man, is tevens parlementariër en geldschieter van president Janoekovitsj. De kompels van Donetsk werken in aftandse mijnen tegen een salaris van een paar honderd euro. Maar in het weekend wuiven ze in het gloednieuwe stadion Achmetov en Janoekovitsj toe, die vanuit de skybox trots toekijken hoe de in Brazilië aangekochte talenten in de Oekraïnse kou hun kunstjes laten zien.
‘Andere Shaktar-officials zetelen ook in het parlement, maar ze komen er nooit,’ zegt Preuss. Hun zakelijke machtsbasis is in Donbas. Politiek delen ze weliswaar de lakens uit in Kiev, maar ze verafschuwen de hoofdstedelijke cultuur en de jonge Timosjenko-aanhangers die dromen van een op het Westen georiënteerde koers.
Vice-voorzitter Boris Kolesnikov van Shaktar Donetsk is volgens Preuss het prototype. Hij werd op verdenking van corruptie destijds door de ‘orangisten’ van Timosjenko gevangen gezet. Maar nu is zijn eigen clan aan de macht. Boris is nu als vicepremier verantwoordelijk voor het aanstaande EK-voetbalfeest in zijn land. ‘Timosjenko’s gevangenisstraf is Boris’ persoonlijke wraak,’ zegt Preuss.
‘Als je de verkiezingen verliest ga je naar de gevangenis. Als je wint ben je almachtig.’
Oksana en haar vriendin, filmer Maryna, praten ‘s avonds in het café vol bewondering over Preuss’ film. De twee jonge vrouwen kennen elkaar sinds hun opleiding-journalistiek in Kiev. Ze praten Oekraïns, hun familie komt uit het Westen. ‘The Other Chelsea gaat over het leven in mijn land,’ zegt Maryna, ‘maar het voelde alsof ik naar mensen van een andere planeet keek.’
Vóór het zien van de film wisten ze beiden ‘helemaal niets’ van de Donbas. Nog nooit geweest. ‘Dat is Janoekovitsjland,’ zegt Oksana. ‘Hoe is het mógelijk dat de mensen daar stemmen op zulke freaks?’
De volgende ochtend gaan Oksana en ik met een lichte Horilka-kater naar Oksana’s super freak, Boris Kolesnikov.
Nog altijd heeft ze in mijn rokende bijzijn geen sigaret aangeraakt, maar vannacht scheelde het niet veel, zegt ze.
Oksana had van een collega een mobiel nummer gekregen, dat zou leiden naar het team rond vicepremier Boris. Het bleek Boris’ eigen nummer te zijn.
‘Wat denk je wel, stom rund!’ had Boris geblaft. ‘Dat ze in Nederland ook de vicepremier ’s avonds laat op z’n mobiel bellen voor een interview?’
Oksana begint weer te trillen van de zenuwen als ze verslag doet van de vernedering.
Maar die ochtend lopen we alsnog over de boulevard die leidt naar Boris’ kantoor. Hoe dichter we de ministeriële gebouwen naderen, hoe hoger het aantal Maibachs en Hummers die er dubbel staan geparkeerd. ‘We zijn in de buurt van de macht, da’s duidelijk,’ zegt Oksana die haar cynische humor gelukkig heeft hervonden.
Ik heb vroeg in de ochtend het ‘foutje van mijn fixer’ hersteld en bij Boris’ rechterhand de nederigste excuses uit mijn loopbaan aangeboden.
We mogen alsnog op audiëntie bij de voetbaltsaar.

Boris Kolesnikov is met een geschat vermogen van 300 miljoen euro één van de armste ministers uit het kabinet.
Hij komt uit zijn zetel omhoog en spreidt zijn armen. Niet om ons warm te begroeten, maar om te wijzen naar de twee kleinere stoelen aan de mahoniehouten tafel.
‘Jij daar, en jij daar,’ zegt hij.
Boris’ kantoor is een balzaal aan het eind van een lang gangenstelsel in zijn kolossale ministerie. Bij helder weer heeft hij uitzicht op de Dnjepr.
Ik weet van zijn recente hartaanval, een gevolg van de stress rond de Euro2012-voorbereiding. Oekraïne dreigde allerlei deadlines rond de bouw van noodzakelijke infrastructuur te missen, waarna UEFA-baas Platini had gewaarschuwd: ‘Als jullie niet op tijd leveren, dan maar geen EK in je land.’
Dus informeer ik naar de gezondheid van de vicepremier. Misschien breekt het het ijs. Maar bij de vertaling gaat iets mis.
‘Hoezo?’ bast Boris. ‘Waar maakt iedereen zich toch druk om?
We zijn helemaal klaar voor het EK voetbal. Volgende vraag.’
Ik heb er nog maar één, en die betreft Boris’ betrokkenheid bij het proces tegen Julia Timosjenko.
Dit keer is er met de vertaling niks mis, getuige Boris’ woedende reactie.
‘We zouden toch over voetbal praten?’ zegt de vicepremier, terwijl ik uit mijn ooghoeken het getergde hoofd van zijn woordvoerder zie. Die heeft duidelijk spijt dat hij, na  mijn nederige excuses, het interview heeft geregeld.
Vooruit, Boris wil er alleen dít over kwijt: ‘Timosjenko heeft destijds bij gasdeals met Rusland onrechtmatig gehandeld, en dat heeft ons land miljarden dollars gekost. Het is een juridisch, en geen politiek proces.’ Hij produceert een minzaam lachje als ik begin over de oproep van onder andere Duitse parlementariërs, die vinden dat het EK vanwege de Timosjenko-zaak moet worden geboycot. ‘Of het me irriteert? Daar heb ik geen tijd voor.’
Einde interview. Boris staat op, loopt naar een hoge kast in zijn balzaal en haalt er twee dozen uit tevoorschijn. Het zijn ‘Sweets from Ukraine’, uit Boris’ chocoladefabriek KOHTI in Donetsk. Eén doos voor Oksana, één voor mij. En voor mijn zoon heeft Boris nog een voetbal, met het Euro2012-logo.
De kado’s weigeren was geen optie.

Ik leg Boris’ eurobal een uur later op de bank bij de goedlachse EU-ambassadeur José Manuel Pinto Teixeira. De al jaren in Kiev gestationeerde Portugees onderhandelt namens Europa met Oekräine, maar hij heeft Boris Kolesnikov nog nooit ontmoet.
Hij houdt de bal even omhoog, knijpt erin en keurt hem goed.
‘U heeft tenminste de eer gehad met Kolesnikov te spreken, dat is mij nog niet gegund,’ zegt Pinto Teixeira.
De gesprekken over handelsovereenkomsten en eerste stappen op weg naar een toekomstig EU-lidmaatschap verlopen stroef, zegt hij. Niet in de laatste plaats door de Timosjenko-zaak.
‘De economische macht is in handen van een kleine groep, die zich verrijkte door onrechtmatige privatiseringen.’
Door diefstal, bedoelt u?
Opnieuw moet Pinto Teixeira lachen, en ik begrijp steeds beter waarom hij in Kiev zit. Zonder zijn goede humeur was hij allang overgeplaatst naar een saaie buitenpost elders aan Europa’s rafelrand.
‘Diefstal, tsja, noem het zoals je wilt. De privatiseringen zijn onder zeer obscure omstandigheden uitgevoerd, en een happy few werd extreem rijk. De kloof tussen arm en rijk wordt groter, en de corruptie is onuitroeibaar.’
Het is een feit, zegt Pinto Teixeira, dat Euro2012 Europa’s geschenk was aan Oekraïne, vanwege de Oranjerevolutie van 2004 die uitzicht gaf op hervormingen. ‘Natuurlijk zit Europa in z’n maag met de gevangenisstraf van Timosjenko.’
Op 1 juli heeft president Janoekovitsj voor de EK-finale op de eretribune al plaatsjes gereserveerd voor Europa’s regeringsleiders. Demonstratief je plek onbezet laten, is dat wellicht een idee?
‘Moeilijke vraag,’ lacht de ambassadeur. ‘Hele moeilijke vraag.’
Hoezo moeilijke vraag?, briest een student later die middag in Kiev, tijdens een pro-Timosjenko-demonstratie.
‘Europa’s establishment moet het EK gewoon boycotten,’ vindt hij.
‘Het is de enige duidelijke boodschap aan het corrupte, criminele regiem hier. Het zou goed zijn als de sportbobo’s blijk geven dat ze bezorgd zijn om vrijheid en democratie.’
Er zijn er maar weinig die dat hardop in de Oekraïnse media durven roepen, zegt Sergej Lesjtsjenko, vooraanstaand journalist van Oekrajinska Pravda.
Lesjtsjenko’s online-krant werd bekend vanwege de moord, in 2000, op toenmalig hoofdredacteur Georgi Gongadze die publiceerde over corruptie. Gongadze’s onthoofde lichaam werd in een bos aan de rand van Kiev teruggevonden.
Lesjtsjenko: ‘Twaalf jaar na Gongadze’s dood, en een Oranjerevolutie achter ons, neemt de repressie helaas weer toe.’
Hij is onder de indruk van de Nederlandse actie Bloed aan de Paal uit 1978, toen cabaretiers Freek de Jonge en Bram Vermeulen opriepen tot een boycot van de WK voetbal in het dictatoriale Argentinië. ‘Okay, Nederland ging naar Argentinië en haalde de finale,’ weet Lesjtsjenko. ‘En nu zijn jullie weer een serieuze finalekandidaat. Maar ik hoop dat Nederland de kans benut om politieke druk uit te oefenen op onze regering.’

Juni aanstaande rijdt de Nederlandse spelersbus door de straten van het Oekraïnse Kharkiv, waar voor Oranje het EK begint. Als de bus een omweg naar het stadion neemt, kunnen de spelers zwaaien naar Vrouwenkolonie nummer 54, de gevangenis in Kharkiv voor vrouwen met levenslang.
Ze leven er in barakken. Met minimaal acht vrouwen op één slaapzaal. Medische voorzieningen zijn er nauwelijks.
In de Vrouwenkolonie verblijft sinds kort ook Julia Timosjenko, die drie jaar geleden nog werd uitgeroepen tot mooiste regeringsleider ter wereld.
‘Ze kan niet langer dan een paar minuten rechtop zitten,’ zegt de leider van de Oekraïnedelegatie van het Europees parlement die de doodzieke Timosjenko begin april in haar cel bezocht. Timosjenko’s echtgenoot heeft inmiddels asiel gekregen in Tsjechië.
De aandacht die de europarlementariërs vragen voor haar zaak is tevergeefs. Nieuwe klachten stapelen zich op. Ze wordt nu ook beschuldigd van moord, in 1996, op een zakenman uit de Donbas, het land van Janoekovitsj.
Is Timosjenko het slachtoffer van een complot? Moet Europa partij kiezen? Of heeft de darling van Europa net zo goed bloed aan haar handen?
‘Moeilijke vraag,’ zei EU-ambassadeur Pinto Teixeira.
In afwachting van het antwoord barst in juni Europa’s ultieme voetbalfeest los in het Oekraïne van Janoekovitsj, Kolesnikov, Achmetov en de andere voetbalclanleden uit de Donbas.
Tegelijk gaat ook een nieuwe film over de Dodenwedstrijd in première, ter ere van de aanstaande zeventigste verjaardag van FC Start-Flakelf.
De film, een Russische produktie, ‘is medegefinancierd door Janoekovitsj,’ zegt de Oekraïnse historicus Vitaliy Hedz. Het wordt volgens hem een ode aan de tragische sovjetheld, zoals Janoekovitsj het graag ziet. ‘De president heeft er veel voor over om zijn zetbazen in Moskou te vriend te houden. Oekraïnse journalsten die tijdens de making-of lastige vragen stelden, werden van de filmset verwijderd.’
In een koffiebar, onder de rook van het Dynamo Kiev-stadion, opent Hedz zijn dossier over de Dodenwedstrijd.
‘FC Start won, dat is een feit, maar daarna werd het verhaal fictie.’
Één van de Start-spelers, Machar Gontsjarenko, heeft later in zijn memoires nog geschreven dat de Oekraïnse en Duitse spelers na de wedstrijd, en ná het maken van de groepsfoto, gezamenlijk nog wodka dronken. ‘Sto gram,’ zegt Hedz.
Een borrel dus. Van 100 gram. ‘En op 16 augustus, een week na de ‘Dodenwedstrijd’, kwam FC Start al weer uit tegen een ander team, zegt Hedz die de documenten met het bewijs op tafel legt. ‘Maar deze versie werd verdrongen.’
Slechts vier van de FC Start-spelers werden uiteindelijk het directe slachtoffer van de naziterreur. Eén van de vier, omdat hij al die tijd in het geheim had gewerkt als sovjet-spion, zonder dat zijn medespelers daar van wisten. Zijn zus had hem aangegeven bij de Duitsers.
De andere drie stierven weliswaar in Vrouwenravijn Babi Jar, zegt Hedz. ‘Maar pas maanden na de wedstrijd. Als directe represaille voor het winnen van de Dodenwedstrijd? Dat lijkt niet aannemelijk. Ze stierven er ‘gewoon’, tegelijk met honderdduizenden andere burgers uit Kiev.’
De meeste spelers overleefden de oorlog en leidden een onopvallend bestaan in sovjet-Oekraïne.
Het ontmythologiseren van de Dodenwedstrijd wordt Hedz en zijn kortaangebonden collega Hinda niet in dank afgenomen. Hinda’s boek is kansloos. Hedz werkt als gids in een museum. Beide historici worden gemarginaliseerd.
Hedz: ‘Bij zijn aantreden heeft Janoekovitsj zijn minister van onderwijs opgedragen om de Oekraïnse geschiedschrijving af te stemmen op de Russische geschiedschrijving. Als gevolg is zelfs de Oranjerevolutie uit de schoolboekjes geschrapt.’

Oksana kijkt eerst op haar horloge en dan naar boven, waar de sneeuw met bakken uit de hemel komt.
Ze heeft het koud.
Zanger Volodimir staat nog altijd aan de rand van het Vrouwenravijn. We wachten op zijn lied, zijn ode aan de voetballers die stierven in Babi Jar, maar Volodimir wil eerst nog wat anders kwijt.
‘In de jaren zestig werd dit ravijn door de steenfabriek verderop als stortplaats gebruikt,’ vertelt de zanger.
Het ravijn, waar tijdens de oorlog nog de lichamen van honderdduizenden Oekraïners werden gedumpt, vulde zich nu dus met rode smurrie. Welk seizoen in welk jaar precies, is Volodimir vergeten. ‘Maar het regende dagen aan een stuk en toen brak de dam. Het was een vloed die door de hele wijk golfde. Weken later werden uit de berg smurrie trolleybussen gegraven. De lichamen zaten er als gestold nog op hun plekjes.’
Oksana kent het verhaal ook, het hoort bij de geschiedenis van haar stad. Maar Volodimir heeft nog een detail in petto.
‘Tijdens het puinruimen na de ramp vond men ook voetbalschoenen. Elf paar. De kicks van de mannen van FC Start.’
Ik kijk naar de display op mijn Marantzradio. De batterij is leeg. De opname van Volodimirs lied doen we dan maar een andere keer.
Eerst maar eens naar een kroeg voor een ‘sto gram’, tot grote opluchting van Oksana.
Bij thuiskomst, een week later, bel ik aan bij de Nederlandse Oekraïne-expert Diederik Kramers, met een doos ‘Sweets from Ukraine’ van Boris en een cd van zanger Volodimir onder mijn arm.
‘De mythe van de Dodenwedstrijd, over de helden die zijn gevallen voor het sovjet-Vaderland, die mythe doet het opnieuw goed,’ zegt Kramers. Omdat de achterban van president Janoekovitsj in de oostelijke Donbas hiermee vertrouwd is. Maar ook omdat Janoekovitsj gebrand is op een goede verstandhouding met het Rusland van Putin.
Kramers: ‘Het is nu het Janoekovitsjkamp dat zijn visie op de Oekraïnse geschiedenis doordrukt. En dat is griezelig.’

luister hier naar de VPRO-radioreportage: http://www.geschiedenis24.nl/ovt/afleveringen/2012/01-04-2012/Het-Spoor-terug–Dynamo-Kiev-1942.html

0 Comments on “BLOED AAN DE OEKRAÏNSE PAAL”

Leave a Comment