Na 249 dagen vruchteloos onderhandelen wordt België vandaag wereldkampioen regeringsvormen. Irak, met 248 dagen titelhouder, wordt onttroond, klinkt het triomfantelijk in de Vlaamse stad Gent waar een volksfeest wordt aangericht. 249 studenten gaan er uit de kleren. ‘Het wordt gróóts,’ belooft organisator Jonas Van De Poele.
Het is de zoveelste ludieke actie van Belgen die de politieke impasse beu zijn. Vorige week nog werd een Belgische senator wereldnieuws nadat ze de echtgenotes van falende politici opriep de benen bij elkaar te houden zolang er geen nieuwe regering is. Haar motto: praatjes vullen geen gaatjes.
Belgen zélf steken nadrukkelijk de draak met de situatie.
Maar mogen wíj, buitenstaanders, ook lachen om wat zich in België afspeelt? Liever niet, betoogde onlangs columnist Hugo Camps in de Belgische krant De Morgen.
Camps maakte zich kwaad over het feit dat een serieus Nederlands televisieprogramma als Pauw & Witteman zich boog over de politieke crisis in België met een cabaretier als Urbanus, bekend om zijn belegen moppen.
In navolging van Belgen die uit protest hun baarden laten staan opperde Urbanus dat Belgische vrouwen op hun beurt per mislukte formatiedag hun decolleté een millimeter moesten laten zakken. Natuurlijk werd er in de Pauw & Witteman-studio smakelijk gelachen. Rare jongens toch, die Belgen.Camps was furieus. Maar wat had ‘ie anders gewild? Nog maar eens een academisch orakel van de Katholieke Universiteit Leuven om commentaar vragen? Nog meer doorwrochte analyses over de spanningen tussen Vlamingen en Walen? Een zoveelste reportage langs de taalgrens die het land in tweeën splitst?
Over alle denkbare onderwerpen en vanuit alle denkbare invalshoeken maakten we bijdragen, om de Nederlander toch vooral duidelijk te maken dat het Belgische probleem vérder strekt dan de simplistische België Barst?-vraag.
Maar iedere geoefende correspondent voelt haarfijn het moment aan wanneer een verhaal gaat schimmelen. Je hoort aan de andere kant van de lijn de buitenlandredacteur al verzuchten: ‘Daar heb je Bureau Brussel weer. Vallen er al schoten? Laat dan maar.’
Voor mij was dat moment de dag dat in België de ‘koninklijk verduidelijker’ werd geïnstalleerd.
‘Doen we in de ochtenduitzending een duidend radiogesprek over deze verduidelijker? Wat vind je zelf?’
Tsja, wat vond ik zelf?
Voor berichtgeving over de Belgische politieke perikelen gaat de lat steeds verder omhoog. Niet omdat het aan een normaal mens niet meer uit te leggen is, want de Nederlanders zijn wat gewend: wij hebben net de hele wereld moeten uitleggen wat een gedoogregering betekent, met aan boord een man die de islam verfoeit, maar aan het stuur een premier die zegt dat we dat aspect vooral niet serieus moeten nemen.
Maar met de Belgische formatiecrisis is hét journalistieke probleem dat er eenvoudigweg te veel spelers met te veel tekstwolkjes zijn. Het begon nog best overzichtelijk: de verkiezingswinnaars aan weerszijden van de taalgrens waren twee markante figuren waar de media mee uit de voeten konden. De franstalige Waal Elio Di Rupo, eeuwig getooid met vlinderdas, en de corpulente Vlaming Bart de Wever die prat gaat op zijn frietkotbezoek.
Maar 249 dagen later is er sprake van een kakafonische parade. In willekeurige volgorde:socialistische Caroline, koppige Waalse Joëlle, groene Wouter, christelijke Wouter, Johan de loodgieter en, niet te vergeten, de getergde koning Albert.
De acteurs in deze operette vragen ons respect, omdat het niet niks is, een nieuw en werkbaar model ontwerpen voor het tweelandenland België.
Maar op straat woeden intussen de baardenrevolte en de ‘Geen Sex’-opstand.
Beste Hugo Camps, stel u voor: u bent redacteur van een Nederlands programma dat de noodzaak voelt de stemming in België nog maar eens te peilen. Wie nodigt u uit? Wordt het Caroline, Bart, de Leuvense prof? Of toch maar Urbanus?
luister hier naar de radiorepo
Correspondent Tijn Sadée blogt over het leven in Brussel.

