Wie is er bang voor Brussel? Rotating Header Image

Foute politici mogen in het EP (bijna) alles


De ophef over Nederlandse parlementariërs met een duister verleden roept de vraag op: wie doorzoekt eigenlijk de vuilnisbakken van onze europarlementariërs? Een rondgang langs Brusselse experts leert allereerst: een europarlementariër kan zich heel veel veroorloven. Een jaartje brommen vanwege het witwassen van geld, en daarna weer je zetel opeisen in het Europees parlement? Het kan allemaal.

Europarlementariërs genieten een hoge mate van immuniteit, ze leven boven de wet, concludeerde Carla Berkhout in een essay over het EP waarmee ze in 2009 de Scriptieprijs Rechtswetenschappen won.
De regelgeving rond immuniteit stamt uit 1965 en komt erop neer dat een europarlementariër vrijheid van mening en stem geniet en tevens is gevrijwaard van gerechtelijke vervolging en aanhouding.
‘Het betekent dat de europarlementariër dus onschendbaar is,’ zegt de Nederlandse Marjory van den Broeke, hoofd van de persdienst in het Europees parlement. ‘Het Europees parlement kan een parlementariër die zich strafbaar maakt zijn zetel niet ontnemen, want elke europarlementariër wordt op nationaal, en niet op Europees niveau gekozen.’ Rechtsvervolging, vanwege strafbare feiten zowel bínnen als buiten het EP, blijft dus een taak van justitie in het land van afkomst van de verdachte politicus.
Wel kan de interne juridische dienst van het Europees parlement een onderzoek instellen als blijkt dat een europarlementariër sjoemelt met bijvoorbeeld declaraties, zegt Van den Broeke: ‘De juridische commissie kan haar bevindingen dan voorleggen aan het Europees parlement dat in plenaire vergadering oproept tot het opheffen van de onschendbaarheid van de verdachte. Maar eventuele vervolging blijft dan nóg een zaak van de autoriteiten in het land waar de verdachte vandaan komt.’
Onlangs werd de immuniteit opgeheven van de Poolse europarlementariër Krzysztof Lisek (rechts op de foto) die zich in Polen schuldig heeft gemaakt aan financiële malversaties in zijn functie als manager van een Jeugdvereniging. Lisek kan dus in Polen worden vervolgd, maar zijn zetel in het EP is hangende de juridische procedure in Polen gewoon verzekerd.
De immuniteitsregeling in het EP is niet meer van deze tijd, betoogt Berkhout in haar essay. Zéker nu in de meeste landen nationale parlementariërs niet langer onschendbaar zijn.
In de huidige situatie kan het gebeuren dat een europarlementariër zijn wangedrag wel mag etaleren binnen de muren van het EP, terwijl hij daarbuiten voor hetzelfde gedrag wordt vervolgd. Zo verging het jaren geleden de ultrarechtse europarlementariër Jean-Marie Le Pen. Bij de presentatie van een over hem gepubliceerd boek zei hij tijdens de presentatie in München dat ‘de gaskamers slechts een detail zijn in de geschiedenis van de tweede wereldoorlog’. Had hij die uitspraak gedaan in het EP, dan zou hij er mee zijn weggekomen vanwege de ‘vrijheid van mening en stem’ van iedere europarlementariër. Maar in München geldt het Duitse strafrecht dat stelt dat het ‘bagatelliseren van de holocaust’ strafbaar is. Die Duitse wet was uiteindelijk de reden dat Le Pen zijn immuniteit als europarlementariër verloor.

(”Ein Volk, Ein Reich, Ein Führer”. Moet kunnen?)

De ‘verdachte’ Pool Lisek, intussen, zit met VVD-europarlementariër Hans van Baalen in de EP-commissie Buitenlandse Zaken. ‘Zolang Lisek alleen vervólgd wordt, behoudt hij zijn zetel,’ zegt Van Baalen. ‘Je bent onschuldig zolang het tegendeel is bewezen. Wat er gebeurt als hij in Polen ook daadwerkelijk wordt veroordeeld, dat weet ik niet.’
Hoofd van de EP-persdienst Van den Broeke weet het wel.
‘Dat hangt volledig af van welke regels er in het land van
de europarlementariër gelden.’ Ze verwijst naar de zaak rond de Britse europarlementariër Tom Wise (foto rechts) die zijn onschendbaarheid verloor na zijn veroordeling in Engeland wegens fraude en witwassen van geld. Wise kreeg één jaar gevangenisstraf, maar bleef aan als europarlementariër. Van den Broeke: ‘Voor de Engelsen was die straf onvoldoende om hem zijn EP-zetel af te nemen. Andere landen zijn weer strenger.’

1 Comment on “Foute politici mogen in het EP (bijna) alles”

  1. #1 Carla Berkhout
    on Nov 29th, 2010 at 4:26 pm

    Het is duidelijk dat de heer Sadée mijn scriptie over de immuniteit van de leden van het Europees Parlement niet of in ieder geval niet goed gelezen heeft.

    In de eerste plaats kennen alle EU- landen (behalve NL, het VK en Ierland) hun parlementsleden juist wel een ruime onschendbaarheid toe.

    Ten tweede: als EP-leden strafwettelijk over de schreef gaan, is de eventuele vervolging inderdaad in handen van het nationale OM, maar het nationale OM kan pas vervolgen als het EP hiervoor verlof geeft en de onschendbaarheid van het overtredende EP-lid opheft. Voor civielrechtelijke vorderingen geldt hetzelfde. De nationale rechter kan een civielrechtelijke vordering tegen een EP-lid pas toelaten als het EP de onschendbaarheid van het EP-lid in kwestie heeft opgeheven. Het EP heeft dus een flinke vinger in de pap. Zonder toestemming van het EP heeft het nationale OM of een gelaedeerde burger het nakijken!

    Nu is het inderdaad zo dat het EP bij de beoordeling van de vraag of het de onschendbaarheid van een EP-lid al dan niet opheft uit dient te gaan van de de nationale immuniteitsregels. Maar uit mijn scriptie blijkt nu juist dat het EP dit maar mondjesmaat doet en eigen regels heeft ontwikkeld. Dit is begrijpelijk, want anders zouden EP-leden in immuniteitskwesties ongelijk behandeld worden daar de 27 EU-landen zeer uiteenlopende immuniteitenregelingen kennen. Het behoeft geen betoog dat deze situatie de rechtszekerheid niet echt bevordert en tot bedenkelijke resultaten leidt!

    Dat Le Pen in 1998 door het Duitse OM vervolgd kon worden, was uiteindelijk aan het EP te danken. Het EP hief de immuniteit van Le Pen toen op. Pas toen, en niet eerder kon het Duitse OM in actie komen.

    Wie echt wil weten hoe de vork in de steel steekt, verwijs ik naar mijn scriptie: http://staging.njblog.nl/wp-content/uploads/scriptie-berkhout.doc

    Voor wie vreest dat dat te zware kost gaat worden, kan terecht bij het Nederlands Juristenblad Jaarg. 84 (2009), afl. 32, p. 2057-2060 waarin een artikel van mijn hand verscheen met een duidelijke uitleg van de EP-immuniteitenproblematiek. Het gaat hier om een kort artikel dat echter niet kort door de bocht gaat, zoals bovenstaande bijdrage van de heer Sadée.

    Mr. Carla Berkhout

Leave a Comment