De erfenis van de oude mijnindustrie in het Belgische Wallonië is een 200 kilometer lange keten van bergen die zich uitstrekt van Luik in het noordoosten tot de Borinage in het zuidwesten. De terrils, worden ze genoemd - de nutteloze molshopen van puin.
Ze vormen een pijnlijke herinnering aan een tijd die voorgoed voorbij is. Maar gids Olivier Rubbers wil de streek een tweede kans geven door met toeristen te wandelen over de terrils. En mijnwerkerszoon Willy Dréau begon een mijnwerkersmuseum. Heimwee naar die tijd is, volgens Willy, heimwee naar de gedeelde misère. “We leefden in ellende, maar het was wél ónze ellende.” Hierboven mijn videoverslag.
(voor meer info: www.terrils.be)
Correspondent Tijn Sadée blogt over het leven in Brussel.

