
Je moet door het sleutelgat kijken om een glimp op te vangen van de ‘Menschelijke Driften’ in het Brusselse tempeltje. Dus sta ik daar in m’n joggingpak in alle vroegte. Op mijn tenen. Reikhalzend. Andere hardlopers in het Jubelpark, die net als ik de lente in de kop hebben, kijken me in het voorbijgaan met lichte walging aan. ‘Wat staat die vieze vent daar te gluren?‘
Op de eerste zonovergoten ochtend steek ik in stroeve draf het Jubelpark over, naar de uiterste hoek waar de grote moskee, het Palais Moresque, staat. Nogal een blikvanger. Daarom heb ik het kleine gebouwtje ernaast nooit opgemerkt. Maar een paar kwetterende groene halsbandparkieten, die op het dak van het gebouw landen, trekken mijn aandacht. ‘De Menschelijke Driften, door Jef Lambeaux’, staat op de gevel, boven een verroeste deur die op slot zit. Ik wacht tot de zon achter een wolk tevoorschijn komt, en gluur nog een keer door het sleutelgat. Tevergeefs.
Thuis, na een douche en ontbijt, google ik naar Jef Lambeaux. Zijn Driften blijken een beeldhouwwerk uit 1889, tentoongesteld in het door Victor Horta ontworpen tempeltje. Destijds een omstreden werk omdat het de menselijke lusten open en bloot weergeeft. In het tempeltje is God niet de baas, maar regeren seksuele drift en de dood. Het kunstwerk was ruim een eeuw geleden een doorn in het oog van de kerk in Brussel die metselaars de opdracht gaf om de Driften aan het oog te onttrekken middels een muurtje.
In 2006 werd budget vrij gemaakt om de Tempel der Driften te renoveren, maar met het geld werd niks gedaan (zie foto hieronder). Daarom mijn oproep aan de Jubelparkbeheerders: haal de deur van ‘t slot en laat de Driften vrij! Hoog tijd, na ruim een eeuw gevangenschap.

Correspondent Tijn Sadée blogt over het leven in Brussel.

