
In opdracht van bedrijven en overheden sleutelen ruim 15.000 lobbyisten in Brussel mee aan de besluitvorming. Hun politieke invloed is groot. Het nieuwe Europees parlement, dat half juli van start gaat, is gewaarschuwd.
‘Early presence means succesful influence’ ronkt de folder van het Brusselse lobbybedrijf Logos dat een reis organiseert naar Straatsburg. Daar wordt half juli het nieuwe Europees parlement geïnstalleerd. En dan moet je er bovenop zittten, adviseert Logos. Want wie ‘stevige banden’ aanhaalt met europarlementariërs doet pas écht mee in het Europese besluitvormingsproces.
“Voor de economische spelers in Europa is het van groot belang om de europarlementariërs zo snel mogelijk te ontmoeten,” zegt Logos-directeur Jose Lalloum. “Om de EP-ers te informeren, en om ze te laten weten hoe het in Europa werkt.”
Lalloum is tevens voorzitter van EPACA, de beroepsvereniging van Europese lobbyisten. De beroepsgroep ligt de laatste jaren onder vuur. Hun politieke invloed achter de schermen zou te groot zijn; hun methodes niet transparant. Ze spinnen de waarheid, zeggen tegenstanders van lobbyisten.
“Niet alleen EP-ers worden door hen gebruikt, ook journalisten in Brussel laten zich door lobbyisten sturen,” zegt Erik Wesselius van Corporate Europe Observatory (CEO), een non-commercieel onderzoeksbureau dat de lobbysector in Brussel in kaart brengt. Naar schatting 15.000 lobbyisten werken in Brussel. “Ze vormen een zeer ondoorzichtig woud,” zegt Wesselius die pleit voor meer openheid en transparantie. “Europese burgers hebben het recht om te weten hoe het werkt: welke lobbyist gaat met hoeveel geld voor welk bedrijf op stap, om de Europese politiek te beïnvloeden.”
Na eerdere kritiek van CEO en andere maatschappelijke organisaties op de mores onder lobbyisten, voerde de Europese Commissie in 2008 een Lobbyregister in, waar pr- en lobbybedrijven zich kunnen registeren. “Inschrijving was op vrijwillige basis,” zegt Wesselius. “Slechts een kwart van de in Brussel gevestigde lobbybedrijven heeft zich aangemeld.” Wat hebben ze te verbergen? Wesselius: “Ze willen uitgebreide informatie over hun opdrachtgevers liever niet prijsgeven.”
Rond het Schuman-plein, in het hart van de Europese wijk in Brussel, wijst Wesselius naar de gevels waarachter lobbyisten kantoor houden. Europese regio’s en steden en internationaal opererende bedrijven hebben er allemaal hun vertegenwoordiging. De Daimler-lobby zit aan de Rue Froissart. “Toen er vanuit Europa strengere milieuwetgeving voor de autoindustrie werd voorgeschreven, heeft Daimler de Europese Commissie en bondskanselier Angela Merkel bewerkt,” zegt Wesselius. “Daimler dreigde dat door de bijkomende hoge kosten er massaontslagen zouden vallen, en dat het bedrijf dan maar de produktie moest gaan verplaatsen naar lage-lonen-landen. Dat dreigement heeft gewerkt; men is voor die lobby gezwicht en de regels werden aangepast.”
Volgens Wesselius overheerst in Europa de ‘lobbycratie’ en raakt de democratie in de verdrukking.
“Dit is zwaar overdreven,” zegt EPACA-voorzitter Lalloum. De Europese besluitvorming is juist “zéér transparant”, vindt Lalloum die de rol van lobbyisten prijst. “Wij zijn juist de intermediairs tussen politici en bedrijfsleven en burgers. Natuurlijk benaderen wij europarlementariërs, wij geven hen informatie. Maar dat doen milieuorganisaties, consumentenbelangenclubs en andere ngo’s net zo goed. Aan de europarlementariër om al die informatie te wegen, en zijn eigen besluit te nemen. Zo werkt het nu eenmaal in een democratie.”
EPACA heeft voor zijn leden gedragscodes opgesteld. Eén daarvan luidt: ‘Leden mogen onder geen beding geld bieden aan een EU-ambtenaar of europarlementariër.’
“We hebben een club van wijze mannen die de praktijk van onze leden controleert,” zegt Lalloum. Wat is de straf, als een lid in de fout gaat? Lalloum: “Onmiddelijke verwijdering.”
Voor een lobbykantoor in de Europese wijk meldt een man, gestoken in een strak, lichtblauw bak, zich bij een intercom. “Ik ben in Brussel om een land op de kaart te zetten,” zegt hij. “Country branding’, licht hij toe. Om welk land het gaat wil hij niet zeggen.
Kosovo, dat zich in 2008 onafhankelijk verklaarde en Europese aspiraties heeft? “No,” zegt hij kortaf.
Kandidaat-EU-toetreder Kroatië misschien.
“You’re very close,” lacht hij minzaam, waarna hij de trap naar het kantoor betreedt.
Erik Wesselius, van Corporate Europe Observatory, bekijkt het tafereel met enige reserve. “Zo gaat het er hier in Brussel aan toe. Hier worden wetten geschreven, en daar willen heel veel spelers aan meeschrijven.”
Die Brusselse manieren vergroten volgens Wesselius de kloof tussen Europa en haar burgers. “Brussel wordt geregeerd door insiders en experts.”
luister hier naar de radiorepo van Europa-correspondent Tijn Sadée
Correspondent Tijn Sadée blogt over het leven in Brussel.

