“Dit is zonder twijfel een zeer treurige avond voor de sociaal-democratie in Europa. Voor ons is dit ronduit bitter.” Met die woorden reageert Martin Schulz, voorzitter van de socialisten (PES) in het Europees Parlement, op de dreun die zijn fractie moet incasseren. Het is zondag tegen middernacht als in het gebouw van het Europees parlement in Brussel de uitslagen van de vierdaagse Europese verkiezingsmarathon bekend worden.
Al in de vooravond tekende de nederlaag zich af op de gezichten van PES-kopstukken. “Of zal het toch nog meevallen?” hoopt een enkele optimist. Maar om 23.15 uur worden de prognoses omgezet in harde cijfers: PES van 218 zetels naar 158. Terwijl cameraploegen jagen op de winnaars – centrumrechts, groenen en nieuwkomers - lopen ontgoochelde socialisten door de gangen.
De Nederlandse europarlementariër Jan Marinus Wiersma (PvdA), die al vóór de verkiezingen zijn vertrek had aangekondigd, had zich een mooier afscheid voorgesteld.
Wiersma: “Velen hadden verwacht dat de sociaal-democraten het meest zouden profiteren van de economische crisis. Dan gebeurt dat niet. En dat komt volgens mij omdat we onvoldoende in staat zijn geweest om duidelijk te maken dat de recepten om de crisis te bestrijden eigenlijk van ons komen, en bij ons in veilige handen zijn.”
Ruim 375 miljoen kiesgerechtigde Europeanen mochten de afgelopen dagen hun stem uitbrengen voor een nieuw en kleiner (van 785 naar 736 zetels) Europees parlement. Makkelijk werd het ze niet gemaakt, met een keuze uit maar liefst 656 kieslijsten. Maar de urgentie om kleur te bekennen leek groter dan ooit. Bij wie is de toekomst in goede handen, nu Europa wankelt als gevolg van de financieel-economische crisis? De Europese Unie moet zijn positie verstevigen in een snel globaliserende wereld waar Aziatische grootmachten als India en China aan invloed winnen. Een éénduidig antwoord op Ruslands power play inzake energietoevoer verdient alle aandacht. De noodzaak van een gezamenlijke aanpak van klimaat- en veiligheidsproblemen is onbetwist. “Als Europa zich niet verenigt, wordt het oude continent irrelevant,” roepen Amerikaanse en Chinese opinieleiders in koor.
Desondanks nam slechts 43 procent van de Europeanen de moeite om te gaan stemmen. In 1979 was de opkomst nog 62 procent, bij de vorige verkiezingen in 2004 was dat 45,5 procent. De dalende lijn zet dus door, hetgeen in Brussel voor weinig blije gezichten zorgde. Niet bij de overwegend christen-democratische Europese Volkspartij (EVP), die het verlies beperkte (288 zetels in 2004; nu 270). En net zo min bij de Europese Groenen, ondanks hun zetelwinst van 42 naar 53.
Wat zondagnacht overheerste was teleurstelling over de lage opkomst. Is de EU dan toch nog altijd een ‘Unidentified Political Object’, zoals oud-Europees Commissievoorzitter Jacques Delors ooit zei?
Maar liefst 18 miljoen euro spendeerde het EP aan de campagne om kiezers naar de stembus te lokken. Bekende voetballers en een ruimtevaarder werden in de campagne gebruikt.
“Maar het blijft toch voetballen in een leeg stadion,” aldus de erudiete Belgische Europacorrespondent Bernard Bulcke van dagblad De Standaard.
Gebrek aan een duidelijke boodschap van gevestigde partijen heeft volgens Bulcke veel ruimte gecreëerd voor eurokritische politici en nieuwkomers die zich niet willen aansluiten bij bestaande fracties (in totaal 87 zetels, waaronder de 4 van Geert Wilders’s PVV). Die opmars zorgt voor ongemak onder oudgedienden in het EP. Bulcke: “Er is sprake van een grotere verbrokkeling van het politieke landschap. Gevestigde partijen hebben moeite om hun positie te behouden. Bij Europese verkiezingen heb je, meer dan bij nationale verkiezingen, het effect dat de kiezer een wat libertijnsere stem uitbrengt.”
Die “libertijnse” houding zorgde in een land als Hongarije voor spectaculaire winst van Jobbik (3 zetels), een ultranationalistische, anti-Europese partij onder aanvoering van Gábor Vona die in 2007 tevens de paramilitaire Hongaarse burgerwacht Magyar Gárda stichtte. Jobbik-kopstukken laten zich openlijk antisemitisch uit en beloven “het probleem met de zigeuners in Hongarije op te lossen”. De onvrede is groot omdat de socialistische regeringspartij in Hongarije geen antwoord heeft op de diepe economische crisis in mijn land, zegt een Hongaarse eurocraat. “Niemand had dit aantal zetels voor Jobbik verwacht. Sommigen noemen het een extremistische partij. Het is nog onzeker bij welke Europese fractie ze zich zullen aansluiten. Waarschijnlijk is dat ze zich aansluiten bij een te formeren extreem-rechtse fractie.”
Met drie zetels is een partij als Jobbik in het huidige Europa net zo invloedrijk als de PvdA, een partij met een decennialange pro-Europese traditie. Het stemt vertrekkend PvdA-europarlementariër Jan Marinus Wiersma bitter. Voor het onbegrip onder burgers over wat het EP kan betekenen, en de daaraan gekoppelde anti-Europese sentimenten, houdt Wiersma de nationale regeringen verantwoordelijk. “Wij europarlementariërs krijgen altijd op ons donder, en dat vind ik niet helemaal eerlijk. Nationale regeringen moeten zich die lage opkomst en het slechte imago van het EP aantrekken. In nationale hoofdsteden moet men eerlijker worden over wat het EP wel en niet kan, en wat de verantwoordelijkheid van lidstaten zélf is voor wat er in Europa gebeurt. Iedereen duikt daar nu voor weg.”
Na middernacht zoekt Wiersma de uitgang. Wie het EP ook de rug toekeert is parlementsvoorsitter Hans-Gert Pöttering. Zijn termijn zit er op. In het immense vergader-halfrond, waar hij de laatste jaren heerste, blijft het angstaanjagend stil als Pöttering de bedroevend lage opkomst evalueert.
Pöttering: “We moeten ons erover buigen hoe dat de komende jaren beter kan. Het vergt betere samenwerking tussen politieke partijen en media. Maar daarover moeten we in de toekomst verder praten.”
Pötterings woorden klinken hol, en bijval vanuit de zaal blijft uit. Is men moegestreden? Het lijkt er meer op dat deze stembusgang een deuk heeft geslagen in het zelfvertrouwen van de Europese democratie.
(foto rechtsboven: Bulgaren vragen EU om hulp bij strijd tegen corruptie)
Luister hier naar de radiorepo van Europacorrespondent Tijn Sadée.
Pleidooi voor E-voting:
Als enige EU-lidstaat faciliteerde Estland stemmen via internet. Met een geheime code en een digipas kon de Est thuis achter de computer zijn stem uitbrengen; wie op het laatste moment spijt kreeg kon zijn keuze alsnog bijstellen in een stemhokje, ouderwets met potlood. Hoewel de campagne in Estland (1,3 miljoen inwoners) nogal flauw was, bij gebrek aan brandende kwesties, was de opkomst er 42 procent – ongekend hoog, vergeleken met de gemiddeld lage opkomsten in andere jonge, ex-communistische lidstaten.

Correspondent Tijn Sadée blogt over het leven in Brussel.


on Jun 11th, 2009 at 10:23 am
Enkele bedenkingen bij de toekomst van Europa.