In de aanloop naar de Europese verkiezingen van 4 juni bloggen komende en gaande Europarlementariërs, actieve kiezers en andere betrokkenen mee op Wie Is Er Bang Voor Brussel. Deze week Arno Uijlenhoet, de Nederlandse lijsttrekker van de nieuwe partij Newropeans.
8 april
De afgelopen maanden was ik samen met Newropeans collega’s uit andere lidstaten regelmatig in Duitsland om handtekeningen te verzamelen. Om als nieuwe partij in Duitsland aan de Europese verkiezingen deel te mogen nemen, moet je namelijk 4000 handtekeningen van Duitse bondsburgers kunnen overleggen aan het ‘Bundeswahlambt’.
Dit lijkt wellicht een klein aantal, maar wanneer je bedenkt dat je wildvreemde mensen in een willekeurige winkelstraat van een grote Duitse stad één voor één om hun naam, adres en handtekening moet vragen, valt dat toch vies tegen. Hulp uit andere landen was daarom meer dan welkom. We zijn dan ook ontzettend blij dat het ons is gelukt om uiteindelijk ruim 4300 handtekeningen te verzamelen! Libertas, onze Eurosceptische evenknie, heeft hier het nakijken.
Wat mij tijdens de handtekeningenactie opviel was, dat die mensen die ons de gelegenheid gaven ons verhaal te vertellen, relatief snel bereid waren om ons te helpen. Natuurlijk waren er mensen die helemaal niet meer in verandering geloven, die het vertrouwen in de politiek totaal hebben verloren. En natuurlijk waren er mensen die het ons niet gunden om als concurrent van ‘hun’ partij op de kieslijst te staan; je zou immers nooit kunnen weten. Maar de meesten van hen, jong en oud, man en vrouw, begrepen heel goed dat een nieuwe, onafhankelijke, Europese politieke beweging in staat zou moeten zijn om het huidige ondoorzichtige en oncontroleerbare politieke systeem in Europa ‘open te breken’ en de burgers in Europa te betrekken bij de besluitvorming. De algemene teneur was: Baat het niet, schaden doet het zeker niet!
In die zin ontmoet je een heel andere houding wanneer je met mensen spreekt die tegen het huidige Europa ‘aanleunen’. Van internationale studenten bijvoorbeeld zou je verwachten dat zij kritisch staan tegenover het huidige Europese onderhandelingssysteem. Mijn ervaring is echter dat zij, uitzonderingen daargelaten, niet bereid zijn om openlijk het huidige Europa ‘aan te vallen’. Sterker nog, voor hen is het Europa van het eindeloze onderhandelen tussen lidstaten en nationale politici, het Europa van de Commissie, de bureaucratie en het gelobby, een soort natuurlijke gegevenheid. Je vraagt je soms echt af hoe het komt dat van kritische reflectie, van idealisme, nauwelijks nog sprake is.
Natuurlijk speelt de tijdsgeest een belangrijke rol in deze houding: Het neoliberale denken heeft er ook voor gezorgd dat we het Europese project steeds meer vanuit louter economisch perspectief zijn gaan benaderen. ‘Wat levert het ons op?’ was en is steeds de centrale vraag. Het idee dat het Europese project ooit is bedoeld om in vrede en welvaart samen te kunnen leven, lijkt allang achter de horizon te zijn verdwenen.
Maar er is nog iets anders aan de hand. Met het op zichzelf goedbedoelde oogmerk om Europa en de Europese Unie te verankeren in onze samenleving, voert vooral de Europese Commissie een soort ‘kolonisatiepolitiek’. Alle initiatieven met een Europees perspectief, worden door de Commissie ‘omarmd’ en gesubsidieerd. Zo kan het dat dé Europese studentenbeweging AEGEE, ooit opgezet als een onafhankelijke trans-Europese beweging, inmiddels volledig wordt beheerst vanuit Brussel. Gebonden door ‘gouden koorden’ en het perspectief op een carrière bij één van de communautaire instellingen, laten de meeste studenten het wel uit hun hoofd om van de gebaande paden af te wijken.
Gewild of ongewild, smoort de Europese Commissie zo het veranderingspotentieel in Europa en schiet zij haar eigenlijke doel voorbij: Het daadwerkelijk verankeren van Europa in de harten en zielen van de Europese burgers.
Correspondent Tijn Sadée blogt over het leven in Brussel.

